Translate

vrijdag 16 augustus 2013

Briljante Baricco biedt met de Barbaren houvast, verwondering en verwarring



BOEK
Alessandro Baricco De barbaren  De Bezige Bij, Amsterdam, 2012.


Soms zijn er van die boeken die je wereldbeeld volledig op zijn kop zetten. Omdat ze je in verwarring achterlaten. Ja maar, hoe zit het dan met de kwaliteit van wat die barbaren voortbrengen? Omdat ze je helpen de wereld een beetje beter te begrijpen. "Oh, nu snap ik waarom mijn kinderen alleen maar met dat apparaatje communiceren en geen boeken meer lezen". En omdat ze je verwonderen. "Ja inderdaad, literaire klassiekers zijn in boekhandels steeds moeilijker te vinden". Alessandro Baricco schreef zo'n boek. Briljant, iets anders kan ik niet bedenken.


In essentie schrijft Baricco over de technologische revolutie waarin wij op dit moment verkeren. Het woord 'revolutie' neemt hij overigens niet in de mond. In plaats daarvan spreekt hij over een conflict tussen beschaving en barbaarsheid. Beschaving staat voor diepgang, reflectie, analyse, specialisatie en goed je best doen. Kortom: voor degelijkheid en keurigheid, iets voor oudere generaties. Barbaarsheid daarentegen vertegenwoordigt het moderne, het flitsende. Geen moeilijke en dikke boeken lezen maar snel over het web surfen, multitasking, vooral niet moe worden maar fun beleven.










De frivoliteit van Beethoven

Het aardige is dat Baricco niet vervalt in cultuurpessimisme. Iedere keer als je als lezer van de oudere generatie denkt "wat een treurigheid allemaal, waar gaat het heen met al dat oppervlakkige gedoe van de moderne internet-generatie?" laat hij je zien dat oppervlakkigheid juist een wezenskenmerk is van die generatie. De betekenis ligt voor haar aan het oppervlak, niet in de diepte. Het gaat haar om de opeenvolging van snelle en vluchtige ervaringen tijdens het surfen: ervaringen over voetbal, eten, film, muziek. Baricco staat erbij en kijkt ernaar. Hij blijft keurig waardevrij.

En af en toe herinnert hij de oudere generatie er fijntjes aan dat de cultuur die zij zo hooglijk waardeert, haar oorsprong juist in die oppervlakkigheid vindt. Hij citeert een gezaghebbend recensent uit de eerste helft van de negentiende eeuw, kort na het verschijnen van de Negende van Beethoven. "Elegantie, puurheid en maat, die de basisprincipes van onze kunst vormden, maken geleidelijk plaats voor een nieuwe, frivole en pompeuze stijl die wordt gehanteerd door de oppervlakige talenten van onze tijd. Hersenen die, door opvoeding en gewoonte, nergens anders aan kunnen denken dan aan kleren, mode, roddels, romans lezen en morele losbandigheid, zijn nauwelijks in staat te genieten van de ingewikkeldere, minder koortsachtige geneugten van de wetenschap en de kunst. Beethoven schrijft voor díé hersenen (...)" Baricco kan een glimlach niet onderdrukken, je voelt het.

Baricco bood mij met dit boek houvast, verwondering en verwarring. Die drie elementen zal ik hieronder uitwerken. Maar laat ik beginnen met een kritische noot, want die is er ook.


Ik wilde je alleen maar even aan het denken zetten

In nauwelijks vijf pagina's werkt Baricco een hypothetische, maar zeer verstrekkende gedachte uit. De gedachte dat de afrekening met de gruwelijke en oorlogszuchtige twintigste eeuw een belangrijke drijfveer voor de barbaren is. De redenering luidt ongeveer als volgt. De cultuur van de beschaving met haar eisen van diepgang en reflectie was voor veel mensen onhaalbaar. Die cultuur vroeg eenvoudigweg te veel van hen. Als reactie of compensatie zochten die mensen een alternatief. En vonden dat in het ideaal van de natie en het ras. Met alle catastrofale gevolgen vandien. De barbaren daarentegen zochten juist beschutting tegen die ramp van hun voorvaderen. Hier toont Baricco zich voor mijn gevoel te simplistisch. Oppervlakkigheid mag dan tegenwoordig een deugd zijn, de uitwerking van een dergelijke gedachte vereist nog altijd uitvoerige analyse en diepgang. "Ik wilde je alleen maar even aan het denken zetten", zo besluit hij zijn vijf pagina's. Gelukkig is dit zijn enige faux pas.


Houvast: André Rieu als nieuwe Beethoven

Behalve dat Baricco houvast biedt bij het begrijpen van je kinderen, leert hij je ook nieuwe cultuurverschijnselen anders te duiden. Dat wil zeggen: niet meteen te veroordelen. Op 5 juli 2013 schreef Govert Derix een artikel in de Volkskrant over het succes van André Rieu in Brazilië. Dat succes is eclatant, Rieu is in tout Brazilië te ontwaren. En evenals de recensent van Beethoven verkettert de culturele elite hem. Zij heeft grote moeite met Rieu als -in termen van Derix - de vleesgeworden globalisering van de klassieke muziek. Ik heb nog steeds niet veel met zijn muziek, maar merk toch dat ik milder ben geworden in de waardering van zijn artistieke prestaties.


Verwondering: biografieën in de boekhandel

Kort na het lezen van de Barbaren stapte ik een AKO-boekwinkel binnen. Mij viel op dat de biografieën je om de oren vliegen. Over André Hazes, Ronald Koeman, Zlatan Ibrahimovic, prinses Beatrix, René van der Gijp en vele anderen. Verwondering maakte zich van mij meester. "Die dekselse Baricco, hij had gelijk met zijn beschouwing over boeken", schoot door mijn hoofd. De essentie van die beschouwing is dat het hedendaagse boek gebruikt wordt voor het doorgeven van betekenissen die elders, buiten het boek, zijn gegenereerd. Madame Bovary vond haar betekenis in het boek van Flaubert zelf, de biografie van Hazes is alleen maar een doorgeefluik voor hetgeen televisieproducties en de musical al hebben laten zien. Gelukkig trof ik, als man van middelbare leeftijd, ook nog het boek Stoner tussen de biografieën.



Verwarring: de kathedralen van de barbaren?

Tot slot. Baricco laat je achter met een kiezel in je schoen. Hij creëert verwarring, vragen waar je het antwoord niet op weet. Mijn kiezel gaat over de kwaliteit van hetgeen de barbaren voortbrengen. Baricco spreekt over een herformulering van het concept van kwaliteit. Kwaliteit zit niet meer zo zeer in een ideaal van permanentie, vast en voltooid, maar veeleer in een beweging, een reis. Dat mag allemaal waar zijn, maar hoe zit het dan met de duurzaamheid van de producten van de barbaren? En van welke barbaarse producten zullen mensen over vijfhonderd jaar genieten? Vanaf het jaar 1200 verrezen talloze kathedralen in Europa. Mensen bouwden deze met veel toewijding en inspanning, soms wel vele decennia lang. Het gevolg is wel dat wij er vandaag de dag nog volop van genieten. Welke kathedralen bouwen de barbaren? Ik ben er nog niet uit.


Paul Strijp, 16 augustus 2013

woensdag 31 juli 2013

Paul Verhaeghe krijgt zijn Identiteit niet scherp



BOEK
Paul Verhaeghe  Identiteit. De Bezige Bij, Amsterdam, 2013.


Het einde van de vorige eeuw. Toen is, als we Paul Verhaeghe mogen geloven, alle ellende begonnen. Vanaf dat moment ontstond voor ons allemaal de noodzaak om 'het' te maken. Succes werd de maatstaf. Deze neoliberale denkwijze doordringt volgens Verhaeghe alle aspecten van ons dagelijks leven en -belangrijker- bepaalt ook onze identiteit. Een prikkelende hypothese als startpunt voor zijn boek. Helaas laat de auteur een overtuigende bewijsvoering achterwege.


Ben ik dat wel?

Verhaeghe introduceert een interessant, dynamisch identeitsbegrip. Identiteit is niet iets wat voor het leven vastligt. Integendeel, identiteit is de uitkomst van een continue zoektocht. Een zoektocht naar de balans tussen het samenvallen met en juist het afstand nemen van de ander. Volgens Verhaeghe worden we niet met onze identiteit geboren. Wie we worden, hangt af van de interactie met onze omgeving. In een stabiele omgeving verandert onze identiteit geleidelijk, op ons vijftigste zijn we iemand anders dan toen we vijfentwintig waren.

Deze plaatsbepaling deed me onwillekeurig denken aan de column van recensent Arjan Peters in de Volkskrant van 30 maart 2013. "Want je verandert, ook al blijf je hetzelfde. Ben ik dat wel, vroeg Karl Ove Knausgärd zich af toen hij drie jaar geleden naar de babyfoto's keek die zijn ouders begin 1969 van hem hadden gemaakt. Het leek hem bijna verkeerd om het woord 'ik' te gebruiken voor het kreeftrode krijsende ventje op de commode".








Wat gebeurt er met de balans?

Terug naar Verhaeghe. Die balans, daar gaat het bij hem dus om. De balans tussen het verlangen om samen te vallen met de ander en het verlangen naar autonomie. Als de hedendaagse neoliberale cultuur met zijn accent op succes, competitie, het bereiken van de top en efficiency onze identiteit sterk zou bepalen (zoals Verhaeghe beweert), dan zou die balans dus verstoord moeten worden. Of op zijn minst verschuivingen moeten ondergaan. En op dat punt blijft de auteur in gebreke.

De relatie tussen het neoliberale marktdenken en de veranderingen in onze identiteit in termen van balanswijzigingen, stipt hij slechts fragmentarisch en oppervlakkig aan. Zie de pagina's 142, 163, 208, 220 en 227. Op pagina 220 bijvoorbeeld stelt hij dat zelfs hoogopgeleiden tegenwoordig bij de organisatie van hun werk enkel verantwoordelijkheid voelen, maar niet betrokken worden bij het nemen van beslissingen. Daardoor hebben zij niet meer het gevoel erbij te horen, deel uit te maken van een gemeenschap. Het mag allemaal waar zijn, maar of die hoogopgeleiden daardoor méér met hun identiteit worstelen in vergelijking tot die van dertig jaar geleden? Ik weet het niet, maar Verhaeghe slaagt er niet in om te overtuigen.

In plaats daarvan put de auteur zich in een veelvoud aan pagina's uit in een lethargie aan cultuurpessimistische beschouwingen. Over de kwalijke kanten van het hedendaagse output-denken en de ideologie van 'meten is weten', over die vermaledijde regelovervloed, over de media natuurlijk, over de tekorten van de hedendagse opvoeding en over nog wat van die zaken. Helaas verzuimt hij hier telkens om de relatie te leggen met die verschuivingen in balans. Ook toont Verhaeghe zich wel van zijn somberste kant. Ik zou het interessant hebben gevonden als hij ook aandacht had besteed aan de moderne virtuele online identiteiten die al een jaar of vijftien op het internet ontstaan. Moeten we ons daar ook zorgen over maken?





Eindoordeel

Dit boek bevat een aantal zeer interessante beschouwingen. Niet alleen over identiteit, maar ook bijvoorbeeld over Het Tekort. Bij het lezen daarvan (pagina 156) liepen de rillingen over mijn rug. Zó mooi. "Zowel het besef dat er geen definitief antwoord bestaat voor ons tekort als de volgehouden inspanning om, samen met en voor anderen, toch antwoorden te construeren, is het resultaat van een geslaagde opvoeding. Daarbij hebben ouders hun kroost duidelijk gemaakt dat er niet alleen materiële beperkingen zijn aan wat ze kunnen geven, maar dat er ook een intrinsieke onmogelijkheid bestaat om het menselijk verlangen volledig in te vullen. Wat we ook krijgen, wat we ook geven, er zal nooit een definitief antwoord komen. De allermooiste definitie van de liefde, ooit verwoord door Jacques Lacan, luidt dan ook: 'L'amour, c'est donner ce qu'on n'a pas', liefde is geven wat men niet bezit." 

Had Verhaeghe er maar een verzamelbundel van gemaakt. Minder ambitieus dan nu. Gewoon een bundel, met wat gedachten en overpeinzingen. Daar is niets mis mee. Want nu ontbreekt de rode draad, de auteur overtilt zich.


Paul Strijp
Diemen, juli 2013

vrijdag 19 juli 2013

Paul van Tongeren is in Leven is een Kunst te bescheiden



BOEK
Paul van Tongeren Leven is een kunst. Over morele ervaring, deugdethiek en levenskunst. Klement Pelckmans, Zoetermeer, 2013.


In januari van dit jaar las ik een artikel in Filosofie Magazine, getiteld 'Kunnen we omgaan met het onverwachte?'. Een hoogst interessant interview met Paul van Tongeren, hoogleraar ethiek aan de Radboud Universiteit en die van Leuven. De man had behartigenswaardige levenslessen in petto. We zijn niet eens meer in staat om uitdrukking te geven aan dat wat ons leven betekenis verleent. Het meest treurige voorbeeld hiervan is de schraalheid van veel hedendaagse geboortekaartjes. Van Tongeren maakt ons ook een illusie armer: de ingrediënten voor het goede leven hebben we niet in eigen hand. Zonder de dichters gebeurt er niets. Kortom: een aanval op, zo u wilt een afrekening met de maakbaarheid van het geluk.  Ik was gegrepen. En besloot terstond om zijn boek aan te schaffen.






Dat boek is zeer de moeite waard, maar helaas toch ook een beetje een tegenvaller. De levenslessen uit het interview komen in het boek maar zeer mondjesmaat voor het voetlicht. In plaats daarvan wijdt de auteur zijn eerste twee hoofdstukken (zo'n kleine honderd bladzijden) aan beschouwingen over de aard en de functie van ethiek en de hermeneutiek. Dat had voor mij niet gehoeven. Die hoofdstukken voelen als huiswerk, als corvee. Het boek komt langzaam op gang, ik ben zo bang dat lezers daardoor afhaken.


De waarde van passiviteit

Van Tongeren beschrijft vervolgens zes perspectieven op het goede leven. De klassieke deugdethiek van Aristoteles, de christelijke interpretatie en vernieuwing daarvan, de Nietzsche-variant, de moderne levenskunst van Schmid en Dohmen, de psychoanalytische benadering en zijn eigen positie. Die laatste valt het best te duiden als de ethiek van de kunstenaar. De kunst verzoent ons immers met dat wat in het leven ondraaglijk blijft, de kunst helpt ons om het futiele en het fragiele van het menselijke bestaan onder ogen te zien. "Het ware geluk is voor de mens niet weggelegd, wel momenten van geluksgevoel", aldus Van Tongeren. Hij maakt daarbij dankbaar gebruik van de christelijke traditie die -  sterker dan Aristoteles en Nietzsche- de nadruk legt op de waarde van passiviteit. We moeten kunnen ontvangen wat ons in het leven gegeven of juist onthouden wordt. Doe eens wat minder je best, is zijn boodschap. Met nauwelijks verholen weerzin neemt Van Tongeren daarmee afstand van de benadering van Dohmen en Schmid.


Voor wie kan dit boek interessant zijn?

Voor iedereen die troost zoekt in dit leven. Voor iedereen die zich interesseert voor de historische ontwikkeling van het denken over het goede leven. En tot slot voor iedereen die zich realiseert dat de vele handboeken met recepten voor een gelukkig leven, iets tragisch in zich herbergen. Hoe harder je je best doet, hoe verder dat geluk vaak verwijderd is. Of zoals mijn moeder ooit verzuchtte: we moeten leren inzien dat het ploeteren is in dit leven.


Eindoordeel

Het artikel in Filosofie Magazine bood mij uiteindelijk meer dan het boek. En dat is toch wel jammer. Het is doodzonde dat Van Tongeren zo weinig woorden wijdt aan zijn eigen positie. De man is te bescheiden. Mijn advies. Breng zo spoedig mogelijk een nieuwe druk uit, comprimeer de eerste twee hoofdstukken en besteed ten minste een heel hoofdstuk aan je eigen ethiek. Dat geboortekaartje, mijnheer van Tongeren! Dat geboortekaartje: hoe zou u dat ontwerpen?


Paul Strijp
Italie, zomer 2013