Translate

donderdag 8 juni 2023

Met haar brede eenzaamheidsdefinitie creëert Noreena Hertz een mondiale crisis in 'De eenzame eeuw'


BOEK

Noreena Hertz De eenzame eeuw. Het herstellen van menselijk contact in een wereld die steeds verder ontrafelt. Vertaald door Eric Strijbos. Spectrum, Uitgeverij Unieboek - Het Spectrum bv, Amsterdam. Derde druk, december 2021.


Alles is eenzaamheid. Zo had de titel van dit boek ook kunnen luiden. Werkelijk elk verschijnsel dat ook maar enigszins riekt naar vervreemding of onbehagen, schaart Hertz onder de noemer 'eenzaamheid'. Haar definitie van eenzaamheid is dus erg breed. Soms echt te breed, op pagina 274 bijvoorbeeld. Wat heeft een initiatief om te praten over de vraag hoe je anderen aanmoedigt om lokaal te eten, in hemelsnaam met eenzaamheid te maken? Ook doet de auteur een onevenredig groot beroep op de overheid. Die mag alles oplossen, zowel op financieel, fiscaal als ruimtelijk terrein. Dat neemt allemaal niet weg dat het boek van Hertz aanzet tot nadenken. Met tot de verbeelding sprekende voorbeelden en cijfermateriaal, zowel voor de kleine alledaagse situatie als voor de grotere maatschappelijke bewegingen. Vooral de passages over de effecten van digitalisering bij werving en selectie zijn indrukwekkend en soms zelfs adembenemend.







Wie is Noreena Hertz?

De auteur werd in 1967 in Londen geboren. Na studies filosofie en economie werkte zij voor de Wereldbank in Rusland. Die baan leerde haar dat de overgang naar een Russische markteconomie een illusie is. Op dit moment is Hertz hoogleraar politieke wereldeconomie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Haar publicaties zijn vaak kritisch over de effecten van de neoliberale globalisering. In deze lijn moet ook haar boek 'De eenzame eeuw' geplaatst worden. Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Noreena_Hertz

Die eenzame eeuw, dat is de huidige 21e eeuw. Daarin is volgens haar een heuse eenzaamheidseconomie tot bloei gekomen. Dat wil zeggen: er zijn partijen die geld verdienen aan het ondersteunen en -mind you- uitbuiten (!) van onze eenzame medemens. Hertz stelt zich met dit boek twee vragen. Eén: waarom heeft dit kunnen gebeuren? En twee: wat moeten we doen?


Alarmerende diagnose

Wat is er volgens Hertz aan de hand? Zij opent met een aantal tot de verbeelding sprekende voorbeelden. Zoals het bestaan van een website waar vooral eenzame vakmensen tussen de 30 en 40 jaar anderen platonisch inhuren voor het houden van gezelschap. Bijvoorbeeld om iemand te vergezellen bij een feest waar hij of zij anders alléén heen zou moeten gaan. Of om met iemand samen een maaltijd te nuttigen. Met andere woorden: degene die wordt ingehuurd levert tegen betaling een emotionele inspanning. Ander voorbeeld van Hertz. In Japan kiezen grote aantallen oudere vrouwen bewust voor het plegen van een delict. Het gevangenschap dat daaruit voortkomt, zorgt ervoor dat zij aan hun sociaal isolement ontsnappen.

Hertz trekt vervolgens vrij snel een stevige conclusie: we zitten midden in een wereldwijde eenzaamheidscrisis. En onze jongeren zijn daarbij het eenzaamst, met alle lichamelijke en economische gevolgen van dien. Om pas na deze conclusie met haar eigen definitie van eenzaamheid te voorschijn te komen. En die is -to put it mildly- nogal breed.


Ongemakkelijke conceptuele reikwijdte

Hertz geeft aan dat haar eigen definitie verder gaat dan de gebruikelijke indicatoren van eenzaamheid zoals een gebrek aan liefde, gezelschap of intimiteit. Zij spreekt óók over eenzaamheid als we ons niet gewaardeerd voelen door onze medeburgers, werkgevers, gemeenschap en overheid. Met andere woorden: een gevoel van institutionele uitsluiting in een politieke en economische context is voor haar ook eenzaamheid.

Aan het einde van het boek doet de breedte van deze definitie zich sterk voelen. En dan soms behoorlijk ongemakkelijk. Haar pleidooi bijvoorbeeld om méér financiële middelen toe te wijzen aan de sectoren welzijn, onderwijs en zorg teneinde ongelijkheden te bestrijden, mag misschien sympathiek klinken. Maar zijn we dan niet bezig om onder de noemer van eenzaamheidsbestrijding alle problemen van de wereld op te lossen? Dezelfde vraag kan gesteld worden bij haar pleidooi om een bijdrage te leveren aan de strijd tegen de klimaatverandering middels gesprekken over lokaal eten. 

Haar alarmerende diagnose van een wereldwijde eenzaamheidscrisis lijkt dan ook een direct gevolg van de brede definitie van de auteur. Met een dergelijke conceptuele reikwijdte is op zichzelf niets mis, dat kan een weloverwogen en legitieme keuze zijn. Echter, de door Hertz opgeroepen urgentie zou direct worden afgezwakt wanneer 'eenzaamheid' en 'vervreemding' als twee te onderscheiden concepten zouden worden beschouwd. Of 'eenzaamheid' en 'onbehagen'. Het maken van een dergelijk onderscheid zou een even legitieme keuze zijn. Met andere woorden: de urgentie van een mondiale crisis en de persoonlijke definitiekeuze zijn in dit boek zeer sterk aan elkaar gekoppeld.

Kort en goed. Door haar brede definitie van eenzaamheid creëert Hertz een wereldwijde crisis. Bovendien is het bij haar nooit duidelijk of zij het bij eenzaamheid heeft over een gebrek aan liefde, gezelschap of intimiteit of over een gebrek aan maatschappelijke en institutionele waardering.


Wat doet eenzaamheid met mensen?

Desalniettemin schetst zij de gevolgen van eenzaamheid. De essentie daarvan is dat eenzaamheid slecht is voor onze gezondheid. Immers, mensen zijn gemeenschapswezens. Zo eenvoudig is het. Ontbreekt dat gemeenschapsgevoel, dan liggen stress, angst en depressie op de loer. Ook hier heeft Hertz weer een tot de verbeelding sprekend voorbeeld. Dat gaat over de leden van een Joodse gemeenschap die -ondanks een ongezonde leefstijl- een hogere levensverwachting hebben.

Hertz gaat nog een stapje verder. Eenzame mensen hebben een vijandig mens- en wereldbeeld. Ook beschikken zij over minder empathie. Zij verwijst naar niemand minder dan Hannah Arendt die, óók gewapend met een brede definitie, in 1949 schreef dat het totalitarisme zich op eenzaamheid baseert.
"Het totalitarisme vindt zijn aanhangers bij degenen wier 'belangrijkste kenmerken (...) niet wreedheid en achterlijkheid zijn, maar eenzaamheid en een gebrek aan normale sociale relaties. De eenzamen 'die het gevoel hebben dat er voor hen geen plaats in de samenleving is', stelt ze, 'herontdekken hun doel en zelfrespect door het opofferen van hun individuele zelf aan de ideologie'. Eenzaamheid, of 'de ervaring dat je volstrekt geen eigen plek hebt in de wereld', is, schrijft ze, 'de essentie van totalitair bestuur, de voorbereiding van zijn beulen en slachtoffers'." (p. 51) 

Met andere woorden: eenzaamheid is een motief om op populistische leiders te stemmen. In veel Europees onderzoek blijkt volgens Hertz dat diepgaande gevoelens van verlatenheid leiden tot een keuze voor politiek extreme partijen.


Waarom heeft dit kunnen gebeuren?

In antwoord op deze vraag, de eerste deelvraag die Hertz zich stelt, wijst zij het neoliberalisme aan als de grote  boosdoener. Zij ziet deze stroming als een 'bijzonder brute vorm van kapitalisme', een ideologie met een allesoverheersende nadruk op vrijheid. Het neoliberalisme heeft de economische ongelijkheid in de wereld snel vergroot, heeft steeds meer macht toebedeeld aan het grootkapitaal en heeft -last but not least- onze onderlinge sociale relaties ingrijpend veranderd. De essentie van die verandering? Solidariteit, vriendelijkheid en onderlinge zorg werden irrelevante eigenschappen.

Verder schrijft Hertz: 'De oorzaken van de huidige eenzaamheidscrisis zijn talrijk en divers'. Om als eerste onze smartphones en de social media te noemen. Maar daar blijft het niet bij. Ook discriminatie, seksistisch gedrag, de grootschalige migratie naar steden, de radicale reorganisatie van ons werk, een verminderd samenzijn en -voor die gevallen waarbij we onze tijd dan wel met anderen doorbrengen- een verminderde fysieke maar juist contactloze aanwezigheid van die ander, zijn alle factoren die aan onze eenzaamheid bijdragen.

Nogal wat oorzaken dus. Om niet te zeggen: welke maatschappelijke ontwikkeling draagt niet bij aan eenzaamheid? De focus lijkt hier dus niet al te scherp. Hertz werkt deze oorzaken uit in aparte hoofdstukken. En het moet gezegd: ondanks die enorme breedte zijn dit zeer boeiende beschouwingen. Een zeker gebrek aan focus gaat dus allerminst ten koste van lezenswaardigheid. Wat is de rode draad in al deze noties van Hertz? 


Eenzaamheid als paradox

Of het nu gaat om het moderne leven in de stad, om het gebruik van social media en smartphones of om de organisatie van ons werk: eenzaamheid ontstaat telkens als een onvoorzien bijproduct. Als een schijnbare tegenstelling van iets wat we met de beste bedoelingen in gang hebben gezet. Als een paradox dus. We willen ons levensgemak of de efficiency van een proces vergroten of kosten besparen. Daartoe zetten we vaak digitalisering in. En wat blijkt? We vervallen in anonimiteit en missen het èchte contact met elkaar. Of we verliezen onze vaardigheden om samen een probleem op te lossen. Dat is de essentie van de boodschap van Hertz. En die is uiterst waardevol.

Een paar voorbeelden.

We trekken massaal naar de stad omdat we daarvan hoge verwachtingen hebben. Maar voor die migratie betalen we een prijs. In de moderne stad komt namelijk minder beleefdheid en hoffelijkheid voor dan in minder dicht bevolkte gebieden. Stedelijke anonimiteit zorgt voor vijandigheid en achteloosheid, aldus Hertz. "In de stad zijn er altijd mensen, maar het voelt zelden alsof ze 'samen met je' zijn".

De contactloze samenleving zorgt ervoor dat we elkaar fysiek niet meer hoeven op te zoeken. Yogalessen bijvoorbeeld kan iedereen volgen vanuit zijn eigen veilige privéomgeving. Wel zo makkelijk. Maar elk gemak heeft een onbedoelde keerzijde. En die kan ons toch weer een klein beetje méér alleen maken. Immers, de fysieke les deed een beroep op onze sociale vaardigheden. 'Zelfs zoiets eenvoudigs als zwijgend overeenkomen (...) waar je je yogamat neerlegt tijdens yogales, dwingt ons compromissen te sluiten en andersmans belangen te onderscheiden".

Open kantoortuinen. Ooit ontworpen, zo stelt Hertz, voor het stimuleren van een levendige persoonlijke samenwerking en diepe relaties. Inmiddels verworden tot een vervreemdend concept. Waarom? Omdat onze hersenen in een open ruimte harder moeten werken om ons te concentreren. Met als gevolg dat we juist minder interactie met collega's hebben en ons terugtrekken. We leggen ons dan maar toe op het beantwoorden van onze mails.

Tot slot, een adembenemend voorbeeld. Werving en selectie vindt tegenwoordig steeds meer volautomatisch plaats. Gestuurd door onzichtbare algoritmen die uiteindelijk ook de selectiecriteria bepalen. Hertz beschrijft een persoonlijke en indringende ervaring. Waarbij elke mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen ontbrak. Het was voor haar duidelijk 'dat ik wel gesproken had maar niet gehoord was'. 


Wat te doen?

Hertz laat het niet bij beschouwingen. Haar boek leest soms als een pamflet. Daarin komt wel heel vaak het woord moeten voor. Zij blinkt niet bepaald uit in verleidingsstrategieën. In antwoord op haar tweede deelvraag spreekt zij drie partijen aan: overheden, bedrijven en burgers.

Voor mijn gevoel is haar beroep op de overheden veel te groot. Overheden mogen alles oplossen. Zowel op financieel en fiscaal als op ruimtelijk terrein. Als overheden wereldwijd de aanbevelingen van Hertz zouden opvolgen, gaan zij gebukt onder een loodzware last. Ook werkgevers ontsnappen niet. Wat niet wegneemt dat de oproepen van Hertz aan die partij soms alleszins sympathiek klinken. Zoals de oproep aan werkgevers om werknemers in staat te stellen om anderen via vrijwilligerswerk te helpen. Hulp immers genereert positieve gezondheidseffecten, zowel voor degene die de hulp geeft als voor de persoon die deze ontvangt.

Charmant is ook haar oproep aan burgers. In al haar eenvoud luidt die: wees eens wat vriendelijker naar elkaar. Waarom? Omdat  vluchtige vriendelijkheid, hoe klein en voorbijgaand ook, bij anderen een blij gevoel kan genereren. 


Mijn afdronk

Aan dit boek kleeft een aantal fundamentele bezwaren of bedenkingen. Die zijn conceptueel en beleidsmatig van aard. Je weet nooit waar Hertz het precies over heeft als ze over eenzaamheid spreekt. En haar appèl op overheden is veel te groot.

Dat neemt niet weg dat zij een waardevol boek geschreven heeft. De beschrijvingen van haar eenzaamheid-paradoxen zijn treffend. De charme zit daarbij in haar oproepen voor kleine en alledaagse situaties. Hoewel Hertz soms doorschiet en alle wereldproblemen op haar schouders torst, zijn het juist deze subtiele aanwijzingen voor onze eigen microkosmos die het boek zo aantrekkelijk maken.

Tot slot. Nergens geeft Hertz blijk van een existentiële notie dat eenzaamheid misschien ook gewoon bij het leven hoort. Zeker in bepaalde fasen van dat leven. De mens is dan ten diepste alléén. Die pijn kunnen medeburgers, overheden en bedrijven wellicht verzachten, maar nooit helemaal wegnemen. Dat is de ongemakkelijke waarheid die we in dit leven onder ogen moeten zien.

Paul Strijp, 8 juni 2023 


woensdag 31 mei 2023

Johan Cruijff wordt er niet sympathieker op in de biografie die Auke Kok over hem schreef


BOEK

Auke Kok  Johan Cruijff. De biografie. Hollands Diep. Amsterdam, 2019. (met inlegvel als rectificatie)


De biografie, zo luidt de ambitieuze en zelfbewuste ondertitel. Deze doet recht aan de inspanningen van de auteur. Kok immers is de eerste die het volledige leven van Cruijff beschreven heeft. Van de wieg tot het graf, met alles erop en eraan. Voetbal-weetjes, privé-besognes, conflicten, onhebbelijkheden, dieptepunten en wat dies meer zij. Het beeld dat blijft hangen? Met zijn sterk geldzuchtige inslag wordt Cruijff er niet sympathieker op.


 




Een man die naast voetballen extreem goed was in dreigen. Hij was verslingerd aan het machtsspel, intimideren en chanteren waren zijn handelsmerken. Dat had ook te maken met zijn zuinige en materialistische inslag. Tezelfdertijd zat het helpen volgens sommigen in zijn DNA. Getuige bijvoorbeeld de oprichting van zijn Foundation waarmee hij kinderen met het syndroom van Down ondersteunde. En getuige ook zijn financiële hulp aan Spaanse kinderen uit de lagere sociale klassen, voor wie het golfen niet was weggelegd.

'Uitblinken en het gevaar opzoeken: het spel van Cruijff in een notendop'. Hij was dus allerminst risicomijdend. Tezelfdertijd was hij bang, vooral voor het vroegtijdig beëindigen van zijn voetbalcarrière vanwege een blessure. Immers, hoe moest hij dan zijn geld verdienen?

Zie hier twee dubbelzinnigheden in het karakter van Cruijff. Intimideren en helpen, het gevaar opzoeken en tezelfdertijd lijden aan angst. Ambivalenties die als rode draden door zijn leven lopen. Een leven dat zijn biograaf Auke Kok chronologisch beschrijft, te beginnen met zijn jeugd in het Amsterdamse Betondorp. Daar laat zijn vader Manus een onuitwisbare indruk op de jonge Johan achter.


Met Manus in Betondorp

Betondorp is de Amsterdamse wijk tegenover het voormalige Ajax-stadion De Meer, waar de ouders van Johan een groentezaak dreven. Zij gaven hem de eigenschappen mee waaruit de hiervoor genoemde ambivalenties voortkwamen. Onderhandelen en de ander helpen waren ingebakken in hun beider families. En Manus hield van lef en avontuur. Maar het werk viel hem zwaar.

'Feit was dat Manus het gesjouw met kratten levensmiddelen al eerder te zwaar was gaan vinden en hij daarom met Nel bezig was de groentewinkel te verkopen. (...) Manus wilde elders een sigarenwinkel beginnen: minder sjouwen, kortere werkdagen. En als sigarenhandelaar met de juiste licentie kon je toegangskaarten voor Ajax verkopen. Het zou er niet van komen. Manus Cruijff stierf op 45-jarige leeftijd aan een hartverlamming.'

Johan en zijn vader bewonderden elkaar over en weer. Hij was twaalf jaar oud toen zijn vader overleed. Na diens dood bleef Johan tegen hem praten. Ook ging hij op zoek naar andere mannen die als vaderfiguur voor hem konden en wilden optreden. En die hij soms om raad vroeg. De belangrijkste was Jany van der Veen, een jeugdtrainer die Cruijff naar eigen zeggen heeft gevormd.

Behalve zijn vader waren er nog drie personen zeer belangrijk tijdens zijn leven.


Zijn vrouw Danny, Cor Coster en Rinus Michels

In hoeverre zijn vrouw Danny een gelukkig leven met Cruijff heeft gehad, is een vraag waarmee Kok de lezer achterlaat. De aanwijzingen van de auteur stemmen niet bepaald vrolijk. Volgens Kok was er in het begin van hun verhouding sprake van een voortdurende krachtmeting. Danny zou zich telkens aan haar man moeten aanpassen, wars als ze was van publiciteit, voetbal en feestjes in de Jordaan. Voor zover uit deze biografie valt op te maken, hebben ze welgeteld één keer samen een gezellig weekend gehad. In Italië. En no doubt, thuis was Danny de baas.

Zijn schoonvader Cor Coster zag en benoemde Cruijff als een artikel. Een handelswaar dat hij voor iedereen duur wilde maken. Coster was ook de man die hem leerde te intimideren. En die hem 'de Wet van Coster' bijbracht: sla toe als de andere partij onder druk staat. Deze levenswijsheid was aan Cruijff welbesteed. Kok geeft een aantal voorbeelden van wedstrijden die Cruijff op het laatste moment aan zich voorbij liet gaan, omdat zijn superieuren weigerden om met het mes op de keel in te stemmen met zijn financiële eisen.

Tot slot, Rinus Michels. De man met wie hij een ronduit dubbelzinnige relatie onderhield. Een relatie die zich enerzijds kenmerkte door bewondering en wederzijdse waardering. Halverwege de jaren zestig noemde Cruijff zijn trainer 'een prachtkerel'. Jaren later echter, toen Michels bij de KNVB de scepter zwaaide, was er ronduit sprake van een machtsstrijd. Bovendien realiseerde Cruijff zich maar al te goed dat Michels van hem als speler afhankelijk was.

Behalve met zijn vader en deze drie personen heeft Cruijff zich in zijn leven verhouden tot tal van andere mensen. Die relaties liepen vaak op ruzie uit.


Conflicten, conflicten, met iedereen ruzie

Zijn broer Henny, Piet Keizer, Johan Neeskens, Louis van Gaal, de Barcelona-coryfeeën Nunez, Gaspart en Rexach, Hennes Weisweiler, Tscheu la Ling, Theo van Duivenbode en Dennis Bergkamp. Personen met wie Cruijff aan het einde van zijn leven in onmin leefde. Met sommigen van hen was hij ooit dikke maatjes. Het beeld dat Kok oproept is dat Cruijff deze mensen vrij koel aan de kant schoof als hij zijn zin niet kreeg. Het gevolg van dat alles? Zijn wereld verschrompelde steeds verder, aldus Kok. En alsof dit rijtje nog niet lang genoeg was, kon er ook nog een aantal organisaties aan toegevoegd worden: FC Barcelona, de KNVB, Ajax en Oranje. Dat waren zijn institutionele conflicten. Zeker voor de KNVB voelde hij diepe minachting.

De vraag rijst wat de onderliggende oorzaak was van deze veelheid aan ruzies. Kok waagt zich wijselijk niet aan een diepgaande psychologische analyse. Maar hij maakt één ding duidelijk: communiceren in de zin van een tweerichtingsverkeer met zijn gesprekspartner was -to put it mildly- niet Cruijffs sterkste kant. Empathie, het denken in termen van win-win, het luisteren-samenvatten-doorvragen als gesprekstechniek, mensenkennis, het bewustzijn van het effect van zijn aanwijzingen op anderen, het vermogen om een ander gelijk te geven: al deze eigenschappen waren hem vreemd. 


Humor en tragiek

Het mag natuurlijk niet ontbreken in een biografie over Johan Cruijff, de typisch Cruijffiaanse uitspraken, bemoeienis en humor. En die ontbreken dan ook niet. Eén voorbeeld dat mij aan het schaterlachen bracht.

"Zonnestralen ketsten af van het witte woon- en werkpaleis in Baarn toen koningin Juliana de complete Ajax-selectie, de trainers en begeleiders met champagne welkom heette. De 62-jarige vorstin bracht een toost uit op het Europese succes van haar sportieve onderdanen en iedereen was blij, op het olijke af. (...) 'U stopt ermee, heb ik gehoord,' hoorde hij Juliana tegen Vasović zeggen, de aanvoerder die inderdaad had aangekondigd zijn loopbaan te zullen beëindigen. 'Dan krijgt u zeker pensioen?' Pensioen: dat woord kende de Joegoslaaf niet. Cruijff, die het woord als geen ander kende, nam het van hem over. 'Dát is nu juist ons probleem,' legde hij de vorstin uit. 'We hébben geen pensioen.' Ongevraagd gaf hij de vorstin een college over de korte tijd waarin een voetballer zijn geld moest verdienen en de 'enorm progressieve belasting' die hem daarbij achtervolgde. (....) Een krankzinnige toestand, als je er goed over nadacht. Juliana moest toegeven dat ze van deze materie nog geen kennis had genomen. De vierentwintigjarige stervoetballer, die net als de andere Ajacieden een winstpremie van vijfentwintigduizend gulden tegemoet kon zien, opperde de mogelijkheid dat Hare Majesteit haar invloed zou aanwenden om dit onverteerbare fiscale onrecht de wereld uit te helpen. Hij zou er graag eens met haar over komen praten. (...) 'Meneer Cruijff,' zei Juliana, 'dan moet u bij de minister van Financiën zijn.'

Maar behalve humor bevat het boek ook tragiek. Tragisch is vooral het deel waarin Cruijff door een aantal zakelijke missers zich weer gedwongen zag de voetbalschoenen aan te trekken. Zijn vele miljoenen waren immers verdampt. Meesterlijk beschrijft Kok zijn aankomst in Amerika waar hij zijn geluk ging beproeven bij Los Angeles Aztecs. Hoe één van 's werelds beste voetballers terecht komt in een circus dat commercieel weliswaar aantrekkelijk was, maar sportief absoluut niets voorstelde. 

 "Ze arriveerden 's morgens vroeg op de internationale luchthaven van Los Angeles - Danny chagrijnig, omdat ze helemaal geen zin had in dit Amerikaanse avontuur, Johan opgewekt en laconiek. Het zou volgens hem allemaal goed komen. Ze werden opgevangen door Michael Kinsbergen, de zoon van een vriendin uit Amsterdam. De student vergaapte zich aan het beeld van Johan, Danny, Chantal, Susila, Jordi, hun bagage en hun huisdieren die in kooien waren meegenomen: een enigszins chaotisch gezelschap op de drempel van een nieuw bestaan. (...) Het immense stadion, met plaats voor meer dan honderdduizend mensen, was voor minder dan een tiende gevuld. Het illustreerde hoe weinig 'soccer' in Californië voorstelde. Cruijff zat er niet mee. Als bonus op zijn jaarsalaris van twee miljoen gulden zou hij een deel van de recette ontvangen. 'Dat pionierswerk trok me,' zou hij later zeggen."

De tragiek zou zich later herhalen. Bij het Spaanse Levante in 1981 bijvoorbeeld. En wat te denken van het feit dat Cruijff ook nog zijn opwachting maakte bij -het inmiddels allang ter ziele- DS'79 uit Dordrecht? 


Eindoordeel

Auke Kok laat een meesterwerk achter. Fenomenaal. Ik kan werkelijk geen kanttekening, nuance of vraagteken bij deze biografie plaatsen.

Paul Strijp, 31 mei 2023  

woensdag 28 december 2022

‘Het liberalisme en zijn schaduwzijden’ van Francis Fukuyama is oppervlakkig in zijn oplossingen


BOEK

Francis Fukuyama  Het liberalisme en zijn schaduwzijden. Verdediging van een klassiek ideaal. Vertaald door Frans Reusink. Uitgeverij Atlas Contact. Amsterdam/Antwerpen. Tweede druk, augustus 2022.


Zijn kritiek op het liberalisme is niet mals. Géén inhoud, een geestelijk vacuüm, géén gemeenschappelijk moreel perspectief. Diskwalificaties die er allemaal niet om liegen. Toch werpt Fukuyama zich op als de verdediger van datzelfde liberalisme. Waarom? Omdat er naar zijn mening geen beter alternatief is. Zijn boek leest dan ook als een defensief, bij-gebrek-aan-beter essay. Dat is meeslepend geschreven en uitvoerig onderbouwd. Het lastige is dat Fukuyama zijn verdediging niet systematisch opbouwt. Dat maakt haar moeilijk te beoordelen. Daar komt bij dat veel van zijn oplossingen 'dun' of helemaal niet zijn uitgewerkt. Het boek laat dan ook een oppervlakkige indruk achter.


 


Foto Fukuyama aan binnenzijde van flap aan achterkant boek



Van tolerantie naar tolerantie, economische groei, waardigheid en autonomie 

Fukuyama begint zijn verhaal keurig met een conceptueel en historisch perspectief. Wat is het liberalisme precies en hoe heeft zich dat ontwikkeld? De oorsprong ligt bij het klassieke liberalisme. Dat ontstond in de tweede helft van de zeventiende eeuw en stelde gelijke rechten, wetgeving en vrijheden centraal. Haar meest fundamentele principe was tolerantie. Het klassieke liberalisme heeft volgens Fukuyama tot doel om de diversiteit in de samenleving vreedzaam te organiseren. Vrij vertaald: om te voorkomen dat al die verschillende mensen elkaar de hersens in slaan.

Met haar dóórontwikkeling werd dat oorspronkelijke liberalisme steeds minder klassiek. Het latere liberalisme verwijst volgens de auteur naar wetgeving: het geheel van regels dat tot doel heeft om de uitvoerende macht in de tang te houden. Voor Fukuyama vormt het liberalisme met de democratie en de moderne staat een heilige drie-eenheid. Deze kan ervoor zorgen dat mensen niet alleen vreedzaam samenleven, maar dat ook hun waardigheid en autonomie beschermd en de economische groei gestimuleerd worden.

In zijn bespreking van de latere verschijningsvormen van het liberalisme heeft Fukuyama het ook over haar tekortkomingen. En daar begint het te wringen. Immers, tekortkomingen manifesteren zich altijd in een politieke of maatschappelijke context. Anders geformuleerd: wat is het vraagstuk of probleem waaraan het liberalisme in deze context had moeten bijdragen? Met het antwoord op deze vraag komt de auteur rijkelijk laat, op meer dan driekwart van het boek, op de proppen. Dan blijkt dat hij vooral de interne verdeeldheid van de samenleving en de starheid van de instituties als problematisch ervaart. Zijn diagnose van het liberalisme gaat dus aan zijn maatschappelijke en politieke probleemanalyse vooraf. Dat is wat ongemakkelijk.

Fukuyama richt zijn pijlen vervolgens op twee extreme vormen van liberalisme die aan het einde van de twintigste eeuw aan het firmament verschenen: het neoliberalisme en de identiteitspolitiek.


Sociale ongelijkheid door neoliberale dwalingen

Het neoliberalisme gelooft sterk in de vrije markt. Deze zou de economische groei stimuleren en zorgen voor een efficiënte verdeling van middelen. Echter, volgens Fukuyama heeft het neoliberalisme haar uitgangspunten tot het uiterste doorgevoerd. Daarmee is zij irrationeel geworden. Bovendien is een aantal van haar uitgangspunten volgens hem onjuist. Zoals de aanname dat mensen primair handelen als individuen. Niet waar, stelt de auteur. Mensen maken voortdurend een afweging tussen een materieel eigenbelang en immateriële waarden.

Het resultaat van al die neoliberale dwalingen? Een ongekende sociale ongelijkheid rond het jaar 2010.


Grenzen aan de autonomie van de identiteitspolitiek

Vee liberale samenlevingen zijn gebaseerd op het gedachtegoed van de Amerikaanse filosoof Rawls (1921 - 2002). Met zijn theorie over de rechtvaardigheid toonde deze zich mild jegens de medemens. We mogen niet te hard oordelen over diens levenskeuzes en karakter. Deze zijn namelijk afhankelijk van te veel toevalligheden. Zoals bijvoorbeeld een verstikkende sociale controle. Dat mag allemaal waar zijn, riposteert Fukuyama. Maar daarmee heeft Rawls de autonomie en de vrije keuze van de mens te absoluut gemaakt. Autonomie komt groepen toe, niet individuen. Rawls overschat volgens hem de menselijke rationaliteit.

Daarmee maakt de op Rawls gebaseerde identiteitspolitiek de verwezenlijking van het liberalisme voor Fukuyama onmogelijk. Ook de overige kritiek die deze politiek op het liberalisme heeft, variërend van haar morele alomvattendheid tot haar verbondenheid met roofzuchtige vormen van het kapitalisme, zijn voor Fukuyama te kort door de bocht. Allemaal associatieve kritiek, maar zeker géén kritiek die aantoont dat de liberale leer niet deugt.


Het liberalisme bij gebrek aan beter

Na het neoliberalisme en de identiteitspolitiek gefileerd te hebben, haalt Fukuyama opgelucht adem. Beide zijn met hun kritiek immers gericht op de interpretatie van het liberalisme, niet op haar ideeën zelf. Daarmee treft die kritiek volgens hem geen doel. Een beter alternatief voor het liberalisme is er voor hem eenvoudigweg nietWel dicht hij datzelfde liberalisme een zekere leegte toe: géén inhoud, een geestelijk vacuüm, géén gemeenschappelijk moreel perspectief. Deze kan alleen maar gedicht worden door het liberalisme aan de democratie te koppelen. En juist dat heeft het liberalisme volgens Fukuyama in het verleden gedaan. Daardoor was zij in staat om zichzelf te corrigeren en zich te bevrijden van de door de markteconomie veroorzaakte ongelijkheid.
 



Voorzijde flap om boek


Alle ballen op het liberalisme, maar hoe?

Fukuyama vervolgt zijn verdedigingstocht door een keur aan onderwerpen de revue te laten passeren. Van kennisverwerving tot technologie, privacy en de vrijheid van meningsuiting. Wat betoogt hij daarbij?

Het moderne liberalisme heeft zich altijd verbonden gevoeld met de natuurwetenschappen. Deze had zij nodig in haar verdediging tegen de religie. De wetenschap immers is bij machte om herhaalbare resultaten te genereren, de godsdienst niet. Maar diezelfde wetenschap had weinig oog voor de verborgen machtsstructuren die inherent zijn aan haar taal en woorden. Voor die kritiek toont de auteur zich gevoelig. Nou ja, gevoelig? Eigenlijk is die kritiek niet specifiek op het liberalisme gericht, betoogt hij. Maar veeleer op de gehele wetenschappelijke traditie van de Verlichting.

De moderne technologische ontwikkelingen zetten alles op zijn kop. Zoals bestaande hiërarchieën en de privacy. Ook komen er plots kunstmatige machtsconcentraties die de verspreiding van het vrije woord belemmeren. De oplossing van Fukuyama is ook hier weer het herstel van het normatieve raamwerk van het liberalisme. Maar hoe binnen dat kader een persoonlijke zone rondom elk individu de uitholling van privacy moet tegengaan? En hoe dat raamwerk de machtsconcentraties moet bestrijden? In de uitwerking van zijn voorstellen blijft Fukuyama stil.


Dunne oplossingen

Te hooi en te gras strooit de auteur met voorstellen en oplossingen. Het reguleren van diversiteit, het voorkomen van geweld, het koesteren van patriottisme en culturele traditie, het koppelen van liberalisme aan democratie, een persoonlijke zone rondom elk individu in de strijd tegen de uitholling van de privacy. Oplossingen die hij -met uitzondering van de koppeling aan democratie- niet of mager uitwerkt. Dat tekort doet zich met name aan het einde van zijn boek gelden.

Daar voert hij plots het begrip 'matiging' ten tonele. Dat zou de sleutel zijn voor de heropleving en zelfs het voortbestaan van het liberalisme. De lezer blijft zitten met de vraag: matiging? Wat nou, matiging? Matiging als Aristotelische deugd en als tegenhanger van de doorgeslagen autonomie? Dat had dan toch een substantiële uitwerking verdiend.

Dit boek is lezenswaardig, maar laat toch ook een oppervlakkige indruk achter.


Paul Strijp, 28 december 2022


woensdag 26 oktober 2022

Joep Dohmen en Paul van der Steen serveren in de Vriendenreünie zowel een indrukwekkende netwerkanalyse als suggestieve verdachtmakingen

 
BOEK

Joep Dohmen & Paul van der Steen  De Vriendenreünie. Limburgse praktijken. Alfabet Uitgevers, 2022.


Dat kan toch allemaal niet waar zijn, de affaires gáán maar door. Dat is het beklemmende beeld dat Dohmen en Van der Steen achterlaten. Hun boek leest als een bonte aaneenschakeling van  integriteitsaffaires in de provincie Limburg. Hierbij zijn uitsluitend bestuurders van CDA-huize betrokken. Met als belangrijkste uitzondering de VVD'er Jos van Rey. De auteurs presenteren een indrukwekkende netwerkanalyse van de vaak onzichtbare en informele machtslijnen. Vakkundig plaatsen zij deze in een bredere context. Daarin dragen zij verklarende factoren aan voor de grotere gevoeligheid die Limburg volgens hen heeft voor corruptie en schendingen van integriteit. Volkomen onnodig zetten zij daarbij een aantal mensen zonder bewijsvoering in het verdachtenbankje. Ook ontbreekt het de auteurs aan zelfreflectie. Het zou hen gesierd hebben als zij enige beschouwingen hadden gewijd aan de verwijten jegens de journalistiek.




voorzijde boek


Eigenaardigheden die Limburg tot Limburg maken

Geen twee provincies zijn hetzelfde. Een cliché, maar wel een cliché dat nodig is om de reeks integriteitsaffaires te begrijpen die Dohmen en Van der Steen ten tonele voeren. Ook de provincie Limburg heeft namelijk -wat de auteurs noemen- eigenaardigheden. En die zorgen volgens hen voor een grotere gevoeligheid voor corruptie en schendingen van integriteit. Welke eigenaardigheden zijn dat?

Allereerst de geschiedenis. Limburg heeft van oudsher een moeizame verhouding tot het Koninkrijk der Nederlanden. De provincie behoorde lange tijd bij België en eenmaal gevoegd bij dat Koninkrijk, maakte zij ook nog deel uit van de Duitse Bond. Staatkundige schizofrenie noemen Dohmen en Van der Steen dat. De band met Den Haag en de Oranjes werd er niet warmer op. Ook de sluiting van de mijnen in de jaren zeventig van de vorige eeuw droeg bij aan de groei van corruptie. Waarom? Omdat de provincie geen ervaring had met het stimuleren van de regionale economie. Juist voor dat doel had het kabinet vele miljoenen ter beschikking gesteld. Dat gebrek aan ervaring leidde tot een te innige band tussen politiek en bedrijfsleven, met name de bouwers en aannemers.

De tweede eigenaardigheid betreft de geografische ligging van de provincie. Een wormvormig aanhangsel. Wat is daar mis mee? Verschillende bestuurders die in het boek aan het woord komen, roepen het beeld op van een vissenkom. Een kleine ruimte die weinig mogelijkheden biedt voor nieuwe contacten. Je komt elkaar altijd weer tegen. Het gevolg? Selecte en gesloten netwerken, politiek botulisme volgens de auteurs.

Daar komt een specifieke machtsstructuur bij. Deze wordt gevormd door de decennialange hegemonie van het CDA en de - zeker vergeleken met andere provincies- relatief sterke positie van Limburg. Zelfs na het landelijke electorale verval van het CDA in 1994 bleef de partij het maatschappelijk middenveld domineren. Landbouw, waterschappen, onderwijs, het verenigingsleven: ook in de eenentwintigste eeuw deelden de christendemocraten er nog steeds de lakens uit. De provincie Limburg beschikte over veel geld en had weinig tegenkracht te dulden van grote steden.   

De laatste eigenaardigheid, het karakter van de Limburgers. Conflictmijdend en behept met een zeker minderwaardigheidscomplex ten opzichte van 'de Hollanders'. Volgens de auteurs heeft Limburg daardoor een zeer sterke neiging om gezien te willen worden. Nationaal en internationaal. Daar mag de beurs voor getrokken worden. En daar mogen de zakelijke en politieke netwerkrelaties ruim baan voor krijgen.




achterzijde boek


Politiek treurspel

Op deze voedingsbodem ontvouwde zich de afgelopen 25 jaar een waar politiek en bestuurlijk treurspel. Het hield maar niet op, de affaires regen zich aaneen als de kralen van een ketting. Gouverneur Bovens, de gedeputeerden Vrehen en Koopmans, de burgemeesters Akkermans, Leers en Hoes en niet te vergeten raadslid en wethouder Van Rey. Allen raakten verwikkeld in meer of minder ernstige integriteitsaffaires. En dan is het lijstje nog lang niet compleet.

Sommigen begrepen er zelf niets van. Zoals Van der Linden, voormalig staatssecretaris en prominent CDA-lid met talloze nevenfuncties. Zijn door de auteurs geconstateerde dubbelrollen pareert hij met de verzuchting: maar ik heb toch ook veel goeds voor de provincie gedaan? Een weerwoord dat niet bepaald getuigt van het besef dat ook externe beeldvorming een belangrijk aspect van integriteit vormt.

Dit treurspel was voor het kabinet en meer in het bijzonder de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, meermalen aanleiding om in te grijpen in de autonomie van de provincie. Het hardst was de aanstelling van Remkes in 2021 als interim-gouverneur na het opstappen van Bovens. In zijn eentje vormde hij meer dan een half jaar het provinciaal bestuur. Een unicum in bestuurlijk Nederland.


Slotsom van de auteurs

De auteurs winden er aan het einde geen doekjes om: de bestuurscultuur van Limburg heeft wel degelijk een specifiek karakter. Waar dat specifieke in zit? Niemand verbaast zich over de eigenaardigheden. Daarmee loopt deze provincie volgens de auteurs grotere risico's dan andere. De negatieve spiraal die Dohmen vijfentwintig jaar eerder waarnam in zijn boek 'De Vriendenrepubliek' is niet doorbroken.

Met deze conclusie staan de auteurs lijnrecht tegenover anderen die een oordeel uitspraken over de vraag met een Shakespeare-achtige allure: specifiek of niet specifiek? Een vraag die als een open zenuw aan de oppervlakte lag in Limburg. Het provinciaal bestuur onder leiding van Bovens, de commissie onder aanvoering van Rekenkamer-president Visser, waarnemend gouverneur Remkes en vele anderen konden die specifieke Limburgse bestuursstijl niet ontdekken.

Dohmen en Van der Steen weten zich alleen gesteund door drie burgemeesters die niet uit Limburg afkomstig waren. Dijkstra, Link en Depla werden nog net niet met pek en veren uit hun gemeenten verdreven. Maar alle drie ervoeren tegenwerking. 'Limburg voelt zich niet zozeer een provincie in het Huis van Thorbecke, maar veel meer een deelstaat, zoals Beieren binnen Duitsland', verklaarde Depla als voormalig burgemeester van Heerlen. Veel scherper kan dat specifieke karakter toch niet verwoord worden.     
 

Onnodige verdachtmakingen

De imponerende en overtuigende netwerkanalyse van de schrijvers laat onverlet dat zij een enkele keer een kwalijke faux pas begaan. Dan schieten zij uit de heup. En plaatsen mensen zonder deugdelijke bewijsvoering in het verdachtenbankje.

Zoals Piet Joosten, directeur van een ruimtelijk adviesbureau. Zijn bedrijf onderhield nauwe contacten met het CDA en de beste man nam deel aan een aantal studiereizen waarvan het publieke belang vraagtekens oproept. Maar zijn bureau dient een privaat belang. Wat heeft Joosten in hemelsnaam misdaan? Dohmen en Van der Steen noemen geen enkele concrete misstap. Ondertussen prijkt zijn naam wel in de 'wie is wie'-lijst aan het einde van het boek. Daarmee blijft een geur van verdachtmaking hangen. Dat is een suggestieve verdachtmaking.

Hetzelfde geldt voor Paul Frissen, hoogleraar en eigenaar van een consultancybedrijf. Frissen onderzocht Frissen typeren de auteurs de opdracht waarmee hij als lid van een commissie de handel en wandel van ex-gouverneur Léon Frissen onder de loep moest nemen. In zijn weerwoord verklaart Paul Frissen slechts 'een professionele relatie' tot zijn naamgenoot te hebben. Deze kwalificatie weerleggen de auteurs niet, toch handhaven zij de bovenstaande typering die een zeker nepotisme suggereert.


Géén journalistieke zelfreflectie

In het publieke debat over de Limburgse integriteitsschendingen kreeg het journaille er ook geregeld van langs. De media en NRC Handelsblad in het bijzonder zouden de zaak te veel hebben opgeblazen, journalisten zouden soms fake news creëren. Deze laatste beschuldiging was afkomstig van Remkes, toch niet de eerste de beste.

De reactie van Dohmen en Van der Steen op deze aantijgingen maakt een defensieve indruk. Nergens steken zij als vertegenwoordigers van de media de hand in eigen boezem. Of tonen zij enige zelfreflectie door bijvoorbeeld te erkennen dat de rol van de media wellicht ook aan onderzoek onderworpen zou kunnen worden. De auteurs laten daarmee de kans lopen om het debat naar een hoger niveau te tillen. En dit van haar gepolariseerde welles-nietes karakter te ontdoen.

Paul Strijp, 26 oktober 2022

maandag 4 juli 2022

Frontale aanval van Frank Bokern in Crapuul op hardvochtige, kapitalistische drie-eenheid van gemeente Maastricht, kerk en ondernemers


BOEK

Frank Bokern  Crapuul. Kroniek van een krottenwijk. Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam. Tweede druk, mei 2022.


Frank Bokern spaart niemand. In zijn reconstructie van de sociaal-economische ontwikkeling van het Maastrichtse Stokstraatkwartier tijdens een groot deel van de negentiende en twintigste eeuw, houdt hij zowel de gemeente als de kerk en ondernemers verantwoordelijk voor de onbeschrijflijke ellende van de bewoners van dit buurtje. Gemeente, kerk en ondernemers hielden elkaar meer dan honderd jaar de hand boven het hoofd. En onderdrukten daarmee elke vorm van emancipatie van de arbeidersklasse. Bokern toont zich een begenadigd verteller die zeer gedocumenteerd voor de dag komt. Hij kiest nadrukkelijk de zijde van de bewoners van het Stokstraatkwartier. In deze positionering laat hij zijn emoties een enkele keer iets te veel de vrije loop.




Foto auteur aan binnenzijde van achterflap boek


Honderdtwintig jaar stilstand

Bokern begint zijn kroniek van het Stokstraatkwartier in 1840. Een buurtje van tien straten met kleine woningen voor soms wel achttien kinderen. Hij eindigt diezelfde kroniek honderdtwintig jaar later. De sfeer is nog steeds even beklemmend. 'Als je met achttien mensen in één ruimte woont, en er is geen fatsoenlijke wc, en je hebt geen geld om er wat aan te doen, dan gaat het altijd stinken, zelfs als je in het duurste huis zou zitten.' (p.258)De lezer stelt zich dan ook regelmatig de vraag: zat er dan geen enkele dynamiek in de ontwikkeling van dit buurtje? Neen dus. De tijd heeft er al die decennia stil gestaan, dat is het dominante beeld.


Hoe heeft dit kunnen voortduren?

De kardinale vraag is dan natuurlijk: hoe heeft deze status quo zich kunnen vestigen? Welke factoren zorgden ervoor dat deze  Verelendung zich kon bestendigen? Drie rode draden in het boek leveren een zekere verklaringsgrond of ten minste een beter begrip.

Allereerst het karakter van de stad. Maastricht was de eerste echte fabrieksstad van Nederland. Een groot deel van de bevolking was werkzaam in de industrie. Daarmee ontstond volgens de auteur een monocultuur, de inkomsten kwamen alléén de bovenlaag toe. Met andere woorden: de kloof en sociale tegenstellingen zaten in dat stedelijke karakter ingebakken.

De tweede rode draad is een zeer dominant conglomeraat van drie partijen: ondernemers, geestelijken en het gemeentebestuur. Dat hield de sociale kloof zorgvuldig in stand. Tot de ondernemers behoorde allereerst het geslacht-Regout. Petrus Regout startte zijn fabriek in 1835 en had maar één belang: het opbouwen van een zo groot mogelijke arbeidsreserve. Door de lonen laag te houden waren arbeiders gedwongen om ook vrouw en kinderen te laten werken. Die haalde Regout uit België, om precies te zijn uit Wallonië en de Kempen. Latere generaties Regout zetten dit beleid voort. Tot de ondernemers behoorden ook de huisjesmelkers die de patriciërswoningen in het Stokstraatkwartier verhuurden. Dan de tweede partij in het conglomeraat, de kerk. Deze koos de zijde van het grootkapitaal, van de ondernemers dus.
'Het is de tragiek van de sociaalvoelende geestelijke: hij is in dienst van een kerk die de band met het kapitaal belangrijker vindt dan het in praktijk brengen van het christelijk gedachtegoed.' (p.87)

De geestelijken in dit citaat waren eenlingen. Kapelaans en priesters zoals Wijnen, Poels, Castorius en Rouwet. Zij lieten van zich horen, namen het voor de bevolking op maar bleven uiteindelijk altijd alléén achter. Vooral het opbouwwerk-avant-la-lettre van Castorius is indrukwekkend. Tot slot de derde partij, de gemeente. Die bestond eigenlijk niet. Gemeente en ondernemers vielen namelijk samen, zij waren één. Het gemeentebestuur werd lange tijd gevormd door machtige ondernemers, vooral burgemeester Pijls. Bokern verwijt de gemeente passiviteit, een decennialang laissez-faire beleid daar waar zij volgens hem juist daadkrachtig had moeten ingrijpen. 

Maar brak er dan nooit een opstand  uit? Jawel, één keer, in 1929 bij de Zinkwit-staking. Een zeer gewelddadig oproer waarbij ook doden te betreuren waren. Daarmee zijn we bij de derde factor beland die de status quo van Verelendung verklaart: ondanks deze staking is Maastricht géén stad van de revolutie. Wel een stad van de schone schijn. Dat ligt in de volksaard besloten. De lagere sociale klassen willen er maar al te graag bijhoren, willen door de hogere klassen gezien worden. En spenderen hun weinige centjes dan ook aan mooie kleding, niet aan de opstand tegen de notabelen. Voor het overige verzoenen zij zich met hun lot van armoede. Als daar ook nog eens de zwakke positie van de socialisten bij wordt gevoegd - mannen zoals Vliegen, Van Vorst en Bessems moeten zich net zo geïsoleerd hebben gevoeld als hun katholieke voorvechters - dan wordt duidelijk hoe de Maastrichtse woonellende jarenlang kon blijven bestaan. Ondanks het feit dat deze regelmatig op de landelijke politieke agenda belandde.




 Voorzijde boek


De auteur kent geen genade

Bokern toont zich geen neutraal toeschouwer die verslag doet. Neen, hij manifesteert zich als de pleitbezorger van de oude bewoners van het Stokstraatkwartier die nooit gehoord zijn. Hij vertolkt de stem van die mensen. En velt en passant een keihard en vernietigend oordeel. Vooral jegens de gemeente, de diverse generaties Regout en de wetenschapper Litjens. Bokern is boos, heel boos. Zijn boek leest als een sympathiek en buitengewoon doorwrocht geschrift. Eindelijk iemand die het zo veel jaar later alsnog voor een verdrukte klasse opneemt. Toch rijst de vraag of de auteur het handelen van de gemeente, Regout en Litjens niet te veel beoordeelt naar de maatstaven van onze tegenwoordige tijd. Nergens toont hij begrip of empathie voor de afwijkende tijdgeest van de periode die hij beschrijft. Of voor andere maatschappelijke of politieke verhoudingen.

Zijn kritiek op Regout en Litjens is daardoor disproportioneel. Vele pagina's gaat hij tegen beiden tekeer. Litjens deed onderzoek naar de onmaatschappelijkheid in Maastricht. En deed dat volgens Bokern buitengewoon slecht waardoor hij enerzijds de bewoners stigmatiseerde en anderzijds de gemeente munitie leverde voor het  rücksichtlos doorvoeren van haar plannen met het buurtje. Litjens zal misschien best ondeugdelijk werk hebben afgeleverd. Maar zou de beste man zich in die tijd de impact van zijn werk hebben gerealiseerd of deze überhaupt hebben kunnen bevroeden?   

Ook de kritiek van Bokern op de gemeente had beter onderbouwd moeten worden. Wat zich wreekt is het ontbreken van een vergelijkend perspectief. Maastricht voerde steevast de lijstjes aan van steden met grote sociale misère. Maar wat verzuimde de stad precies wat andere gemeenten wel deden? Op welke punten heeft het gemeentebestuur verzaakt, waar had zij niet mogen kiezen voor laissez-faire? Neen inderdaad, de bewoners van het Stokstraatkwartier is nooit iets gevraagd. Maar was er in andere vergelijkbare steden wel al een vorm van inspraak of burgerparticipatie? Of was er landelijk gewoon sprake van wreed kapitalisme waar Maastricht extra onder geleden heeft?


Vluchtige parallellen

In zijn epiloog trekt Bokern tot slot twee parallellen. Enerzijds tussen de zwarte periode van het Stokstraatkwartier en het hedendaagse neoliberalisme. En anderzijds tussen diezelfde periode en de tegenwoordige armoede die volgens hem sterk afgenomen zou zijn. Beide parallellen zijn kort door de bocht en daarmee niet meer dan vluchtige associaties. Zo is het neoliberalisme begin jaren tachtig bewust door overheden ingezet. Thatcher en Reagan, in Nederland gevolgd door Lubbers, predikten de privatisering van overheidsdiensten. Deze werd later gevolgd door een niets en niemand ontziende globalisering die inmiddels de agressieve gedaante van een platformeconomie heeft aangenomen. In hoge mate onvergelijkbaar dus met de jaren 1840 - 1960.


Een interessante ultieme oproep

'Het zou passend zijn als de gemeente de krottenwijkbewoners niet alleen eert met een standbeeld, maar ook excuses aanbiedt.' (p.324). Deze excuses zouden gemaakt moeten worden vanwege de zeer lange periode die de bewoners geleden hebben, vanwege de gedwongen heropvoeding en de daarbij behorende stigmatisering.

Bokern eindigt met een buitengewoon interessante oproep, zeker in het licht van de excuses die een aantal overheden inmiddels schoorvoetend maakt voor het slavernijverleden. De burgemeester van Maastricht doet er goed aan om niet te dralen met het beantwoorden van deze oproep. Als eerste stap kan zij een commissie aan het werk zetten die zich zeer zorgvuldig moet buigen over de vraag hoe dat antwoord precies moet luiden. Want excuses aanbieden voor een verleden, dat luistert heel nauw.

Paul Strijp, 5 juli 2022


#crapuul #maastricht #stokstraatkwartier #frankbokern

woensdag 28 juli 2021

Bloed en Honing van Irene van der Linden en Nicole Segers: winstwaarschuwing vanuit de Balkan dat het zomaar voorbij kan zijn

 

BOEK

Irene van der Linde (tekst) en Nicole Segers (foto's) Bloed en Honing. Ontmoetingen op de grenzen van de Balkan. Boom, Lecturis. Tweede druk. Amsterdam, maart 2021.


Denk niet dat er geen oorlog kan komen, de wereld waarin je leeft kan in één klap voorbij zijn. Dit is de kernboodschap van Van der Linde en Segers naar aanleiding van hun reizen door de Balkan. Daarover schreven zij een -wat zij zelf noemen- journaal. Een verhaal waarin beeld en tekst door elkaar lopen. Het resultaat is een meeslepend portret van een regio die het als voormalig Joegoslavië eigenlijk helemaal niet zo slecht had. Echter, met de oorlogen van de jaren negentig stak een etnisch nationalisme de kop op dat elke vorm van vreedzaam samenleven deed verdwijnen. Dat kan in Europa ook zo maar gebeuren, waarschuwden een aantal Balkan-inwoners met wie Van der Linde en Segers spraken. De lezer blijft met de vraag zitten hoe reëel deze waarschuwingen zijn. En met een beklemmend gevoel van uitzichtloosheid voor de Balkan zelf.



cover van het boek


In het voetspoor van Rebecca West

Van der Linde en Segers, redacteur bij De Groene Amsterdammer resp. documentair fotograaf, maakten tussen 2012 en 2020 vier reizen door de Balkan. Daarover schreven zij een reisjournaal, het boek Bloed en Honing. Zij begonnen niet zo maar aan deze reizen. Een belangrijke inspiratiebron was Rebecca West, pseudoniem voor Cicily Isabel Fairfield

West werd in 1892 geboren in Londen. Zij schreef romans, literaire kritieken, columns en artikelen.  In 1942 verscheen van haar hand het boek Black Lamb and Grey Falcon. Hierin doet zij verslag van een reis die zij in 1937 maakt naar Joegoslavië. Haar motief voor die reis? De wil om te begrijpen. West wilde snappen hoe de wereld eind jaren dertig uit balans was geraakt. Zij koos daarvoor de Balkan omdat de gebeurtenissen in deze regio volgens haar cruciaal waren voor Europa. Van der Linde en Segers worden door eenzelfde motief gedreven. "Net als Rebecca West destijds reizen Nicole en ik nu naar de Balkan in een periode van crisis in Europa. Van het triomfalisme uit het begin van deze eeuw is geen sprake meer, eerder van pessimisme", schrijft Van der Linde in de proloog.




kaart van door Van der Linden en Segers bezochte landen (gekleurd), aan binnenzijde boek


Historie...

De reis ging dus naar de landen die met elkaar het voormalige Joegoslavië vormden. De ondertitel van het boek daarentegen spreekt over de Balkan. Dat is licht verwarrend. Immers, de Balkan is méér dan voormalig Joegoslavië. Gelukkig geven de beide maaksters van het boek een korte historische duiding van de Balkan en de plaats van Joegoslavië daarin. 

De essentie van hun duiding is dat de Joegoslaven altijd de Zuid-Slaven hebben willen verenigen. Dat lukte aan het einde van de Eerste Wereldoorlog: het Servo-Kroatische smaldeel kwam toen samen in het koninkrijk Joegoslavië. Behalve de Zuid- waren er ook Noord-Slaven. Hiertoe behoren bijvoorbeeld de Polen en Slowaken. In dat koninkrijk is Kroatië sterk beïnvloed door het Habsburgse rijk van Oostenrijk en Hongarije. De overige delen van voormalig Joegoslavië stammen af van het Ottomaanse rijk, de Turken dus.


... en ziel van de Balkan

Prachtig is de duiding van de ziel van de Balkan aan de hand van de titel van het boek. "Bal betekent honing en kan bloed. (...) Wij zijn het land van bloed en honing. (...) Je bent hier nooit alleen, (...) Als je honger hebt, zal iedereen je een stuk brood te eten geven. Dat is de honing. De andere kant is dat we altijd vechten. Elke generatie maakt een keer oorlog mee. Dat is het bloed."

In het reisjournaal domineert overigens het conflict boven de solidariteit. De reeks tegenstellingen en spanningen die beide dames tijdens hun gesprekken ervaren hebben is schier oneindig. Zij voelden die naar eigen zeggen tussen Kroaten en Serviërs, Bosniakken en Serviërs, Bosniakken en Kroaten, Albanezen en Serviërs, Macedoniërs en Grieken, Macedoniërs en Albanezen en tussen Macedoniërs en Bulgaren.

Een Montenegrijnse gesprekspartner levert daarvoor de verklaring. "Je had het Westen, dat was de beschaving, je had het Oosten, dat waren de Ottomanen. En daartussenin zat de Balkan. Dat waren de vechters, de inwoners werden ingezet om de grenzen hier te beschermen en te behouden. Nu is het vechten een intern proces geworden." 


Hoe het zo mis kon gaan

Van der Linde en Segers roepen in hun reisjournaal regelmatig een sfeer van nostalgie op. Nogal wat inwoners van het voormalig Joegoslavië koesteren heimwee. Zij verlangen terug naar de jaren 1953 - 1980 onder leiding van president Tito. Hij smeedde van zijn land een eenheid zonder overheersing van de Serviërs. "Joegoslavië had alles: kolen, zilver, goud, industrie, auto's, landbouw. We hadden het beste paspoort ter wereld. We reisden overal heen, hadden werk. En elke republiek droeg iets anders bij: Kroaten hadden geld, mooie wegen en toerisme; Bosniërs hadden de mijnen, dat waren de werkers, de bergmensen; Macedoniërs hadden de tabak, de wijn, de warmte.", zo tekenden zij in Sarajevo op.

Zij laten zien hoe een trits aan oorzaken ervoor zorgde dat deze voor het Oostblok unieke staatsvorm als sneeuw voor de zon verdween. Allereerst het overlijden van Tito in 1980. Tito was een charismatisch figuur die altijd zijn eigen koers heeft gevaren. Zijn dood zorgde voor een machtsvacuüm. Een tweede oorzaak, meer van structurele aard, is de val van de Muur in 1989. Deze zorgde voor een dynamiek waarbij de communistische staten op drift raakten. Tegen deze achtergrond - en dat is de derde oorzaak - hield de Servische leider Milosovic in datzelfde jaar een historische speech. Daarin sloot hij geweld niet uit voor het versterken van de positie van Servië. Deze speech gaf de republieken Kroatië en Slovenië het duwtje voor het uitroepen van hun eigen onafhankelijkheid. Daarmee was de kiem gelegd voor alle oorlogsellende in Joegoslavië.


Collectieve schade op de Balkan

Wat is dertig jaar later het gevolg van dat alles geweest? Dat laten Van der Linde en Segers indringend zien. Zowel in woord als in beeld. Je voelt de pijn die zij geleden hebben tijdens hun reis. Die pijn zit in het etnisch nationalisme als gevolg van de opsplitsing van Joegoslavië. "Als er één ding zichtbaar is in al die landen waar we doorheen zijn gekomen, dan is het wel dit: als mensen zich terugtrekken in hun eigen groep, in hun eigen landje, dan leidt dit eerder tot stilstand en inertie dan tot ontwikkeling en passie." 

Vooral de teksten en foto's over de steden Sarajevo en Mostar in Bosnië-Herzegovina en Skopje in Macedonië tonen een monolithisch beeld. Dit waren voorheen kosmopolitische steden waarin diverse religies vreedzaam samenleefden. Nu plaatsen waar elke diversiteit ontbreekt. De foto's zijn dan ook statisch en laten nauwelijks dynamiek zien. Wel lethargie. Voor de jeugd valt er weinig te beleven. Veel jongeren willen dan ook weg, de werkloosheid en armoede ontvluchten.


Aanvullende trauma's

Los van deze collectieve schade voor alle landen die voorheen gezamenlijk Joegoslavië vormden, hebben sommige landen nog hun eigen trauma's. Zo draagt Kroatië als voormalige fascistische vazalstaat van Italië een oorlogsverleden mee. Veel inwoners ontkennen de gruweldaden juist.

Dat geldt ook voor Servië. Daar bestaat de genocide door landgenoten op de inwoners van de Bosnische moslimstad Visegrad in 1992 niet. "Visegrad is een zwart gat" kregen Van der Linde en Segers van een jongerenwerker in Sarajevo te horen. Op hetzelfde moment voelt Servië zich gefrustreerd, onbegrepen en vernederd. Dat komt vooral door de grote Europese steun voor de onafhankelijkheid van Kosovo, een land dat Servië als een afvallige provincie beschouwt. En dan te bedenken dat Servië sowieso al een hang heeft naar 'ongeluk, verdriet en ellende'. 


Meer dan geslaagd reisjournaal met één vraag

Dit reisjournaal is meer dan geslaagd. Als lezer word je meegezogen, je voelt je reisgenoot. Dat komt vooral door de afwisseling van relatief kleine stukjes tekst met indringend beeldmateriaal. Het is knap hoe Van der Linden en Segers bijna overal een statisch, pessimistisch, uitzichtloos en beklemmend sfeerbeeld weten op te roepen. De foto's en de teksten zijn congruent.

Eén vraag blijft hangen. Wat maakt dat de maaksters van het boek als belangrijkste boodschap een apocalyptische waarschuwing meegeven? Wat op de Balkan is gebeurd kan bij jullie in Europa ook zo maar gebeuren, kregen ze een aantal keren te horen. Kennelijk hebben die gesprekken indruk op hen gemaakt. Dat kan te maken hebben met hun overtuiging dat grensgebieden fungeren als spiegel voor het centrum. "Hier op de Balkan zie je wat Europa is", zeggen ze de Kroatische wetenschapper Krajina na.

Dat laat onverlet dat iets meer bespiegeling over deze parallel op zijn plaats was geweest. De contexten van de Balkan en Europa verschillen immers hemelsbreed. Welk scenario is denkbaar zodanig dat Europa uiteenvalt op een met de Balkan vergelijkbare wijze?


Hoe nu verder met de Balkan?

Los van de vraag wat er allemaal met Europa kan gebeuren blijft er een nog veel ongemakkelijker vraag liggen. Hoe moet het verder met de Balkan? Van der Linden en Segers schetsen op dit punt geen perspectief. Het is ook de vraag of dat er überhaupt is. Veel inwoners van de landen van het voormalige Joegoslavië koesteren de hoop op toetreding tot de Europese Unie. Maar die heeft op dit moment wel iets anders aan haar hoofd. Daar komt bij dat invloedrijke regeringsleiders als Merkel absoluut geen trek hebben in grensverschuivingen op de Balkan en daaruit voortkomende volksverhuizingen. 

Het perspectief voor de Balkan is dan ook beklemmend uitzichtloos. Dat is het werkelijk sombere gevoel dat dit reisjournaal op de lezer achterlaat.


Paul Strijp, 28 juli 2021


#bloedenhoning #balkan 

dinsdag 28 juli 2020

Treffende vergelijkende analyse van Casper Thomas in De Autoritaire Verleiding laat de broosheid van democratieën zien





BOEK
Casper Thomas  De autoritaire verleiding. Over de opmars van de antiliberale wereldorde. Uitgeverij Atlas Contact. Amsterdam / Antwerpen. Tweede druk, januari 2019.


Vrijheid en democratie. Een Siamese tweeling, zou je denken. Niet dus. Aan de hand van de ontwikkelingen in vijf landen (Turkije, Hongarije, India, Rusland en de Verenigde Staten) laat Thomas zien hoe een democratie ook kan leiden tot een vermindering van de vrijheid. Tot een antiliberale orde. Zijn analyse: deze landen hebben een compleet andere perceptie van het verleden dan veel westerse democratieën. Zij voelen zich bijvoorbeeld gekrenkt door een voormalig bezetter en willen met dat gevoel afrekenen. Kort en goed: deze vijf landen hebben wel iets anders aan hun hoofd dan het streven naar een liberale democratie. Het gevolg is dat democratieën in rap tempo kunnen eroderen. Democratieën blijken zeer broze bouwwerken.


"Het democratische succes van het illiberalisme zorgt voor veel vraagtekens. Er is geen eenduidige historische verklaring waarom deze wending zich heeft voltrokken", stelt Thomas in zijn slothoofdstuk. Anders geformuleerd: vijf verschillende naties, vijf verschillende verhalen, vijf verschillende verklaringen voor het ontstaan van een democratie met verminderde vrijheid. Met als enige rode draad hooguit de collectieve blindheid van de liberale democratieën zelf. Deze hebben zich wat hooghartig getoond. Hun houding was: wie doet ons iets? Zij hebben nooit voor mogelijk gehouden dat er een serieus alternatief voor haar eigen bestaansvorm zou kunnen ontstaan.

Om te beginnen: de vijf verhalen van Thomas in kort bestek. Welke constellatie van factoren kon in elk van deze landen zorgen voor het ontstaan van een antiliberale orde?


Turkije: antiliberalisme door een historische voedingsbodem van tegenstellingen over identiteit

Thomas is al een eindje op weg met zijn analyse van Turkije als hij plots de antropologe White ten tonele voert. Zij laat volgens hem zien hoe president Erdogan gedreven wordt door loyaliteit en sociale netwerken. "'De tegenstelling tussen islam en secularisme, nagenoeg het enige raamwerk dat de meeste westerse analisten gebruiken, levert niet langer een bruikbare diagnostiek', schrijft ze. 'In plaats daarvan zien we een terugkerende cyclus van conceptuele patronen en bijbehorende rollen - die van de "sterke man", de onbaatzuchtige held en de verrader - die al langer de Turkse politieke cultuur ontregelt'."

De zienswijze van White vormt een interessant Fremdkörper in het hoofdstuk van Thomas over Turkije. Want voor het overige ademt dat juist een keihard en klassiek spanningsveld tussen secularisme en islam. Aan de ene kant Atatürk die na het eeuwenlange Ottomaanse rijk de seculiere identiteit wettelijk wilde verankeren. En de etnische en culturele identiteit desnoods met steun van het leger afdwong. Een lijn die later werd voortgezet door de kemalisten. Aan de andere kant Erdogan met zijn partij AKP. Voortdurend op zoek naar een vergroting van de ruimte voor de islam.

De auteur laat dit spanningsveld terugkeren in zijn beschrijving van het leiderschap van Erdogan. "…. deels een nieuwe Atatürk, deels een nieuwe sultan, versmelten oude en nieuwe patronen tot een geheel dat zonder meer van nu is". Dat eigentijdse, dat zonder meer van nu, kenmerkt zich door een scala aan anti-rechtsstatelijke maatregelen en wetten: het overnemen van de rechterlijke macht door de politiek, het afvlakken van het medialandschap, het uit hun functie zetten van wetenschappers, het recht om het parlement te ontbinden, om per decreet te regeren en om rechters te benoemen.

Dit klimaat van tegenstellingen is volgens Thomas door twee factoren versterkt. Beide zijn van nationalistische aard. Allereerst de invloed van de dichter Necip Fazil Kisakürek (1905). Hij gold voor Erdogan als inspiratiebron. En ten tweede de Turkse gekrenktheid als gevolg van de afwijzing van het lidmaatschap van de Europese Unie.

Samenvattend. Hoewel White een ander licht op de Turkse zaak werpt, rijst voor mij uit de beschrijving van Thomas een beeld van een in de kern nog steeds valide tegenstelling tussen secularisme en islam. Het hedendaagse Turkse antiliberalisme heeft op die voedingsbodem kunnen ontstaan. Een aansprekende leider die nationalistische gevoelens weet aan te spreken en zich gaandeweg belangrijke rechten en vrijheden toe-eigent, is daarbij een belangrijke versterkende factor gebleken.


Hongarije: antiliberalisme door het hervinden van een onderdrukte nationale identiteit

In tegenstelling tot Turkije is Hongarije wel toegelaten als lid van de Europese Unie. Dat gebeurde in 2004. Daarin zat voor de Hongaren dus geen bron van frustratie. Toch zorgde juist dat EU-lidmaatschap voor een spanningsveld waarin de antiliberale democratie kon gedijen. Het perspectief van de Europese identiteit botste namelijk met het nationale idee dat de Hongaren na 500 jaar buitenlandse bezetting haar eigen wortels wilde ontdekken. Daartoe haalde het land ook de banden aan met Rusland van president Poetin.

Vanzelfsprekend zijn ook andere ontwikkelingen relevant geweest. Allereerst: Hongarije kent een zeer gepolariseerd klimaat. Zo brengt de klopjacht van de grootste politieke partij, Fidesz, op de democratische voorvechter Soros de auteur tot de conclusie: "... politiek bedrijven draait hier inderdaad om het aanwijzen van vijanden". Verder heeft ook Hongarije, hoewel lid van de EU, haar eigen gekrenkte nationale trots. Deze gaat 100 jaar terug.
"In 1920 werd het Verdrag van Trianon getekend. Trianon legde de eindtermen van de Eerste Wereldoorlog vast. De Oostenrijk-Hongaarse dubbelmonarchie werd op voorstel van de Fransen opgedeeld in losse naties waarbij Hongarije twee derde van zijn toenmalige territorium verloor aan omringende landen en bijna een derde van de Hongaarssprekenden buiten de landsgrenzen kwam te wonen. Het gevoel van historisch onrecht speelt nu weer een belangrijke rol in Hongarije, iets waar Orbán handig gebruik van maakt." (pagina 94)
Tegen deze achtergrond verklaart premier Orbán openlijk een 'illiberale democratie' na te streven. Daarbij gebruikt hij de grondwet voor de herinrichting van de Hongaarse democratie.
"Op papier golden democratische normen: er waren verkiezingen en het parlement had het laatste woord. Maar van een al te levendig democratisch debat was geen sprake. Het dolle tempo waarmee Hongarije na 2010 wetswijzigingen doorvoerde, was een teken dat het parlement zich tot stempelmachine had laten reduceren." (pagina 115)
Een laatste relevante factor voor het ontstaan van de Hongaarse antiliberale orde is een strijd over het verleden. Met name over de rol en betekenis van admiraal Horthy. Deze was tussen 1920 en 1944 als dictator in Hongarije aan de macht, vaardigde antisemitische wetten uit en sloot een coalitie met Hitler. De Hongaren hebben Horthy lange tijd 'aan de verkeerde kant van de geschiedenis' geplaatst maar gunnen hem nu een zekere herwaardering. Een ontwikkeling die Thomas veel waarde toedicht. EU-lid Hongarije 'herordent' volgens hem zijn verleden.
"Hoe dan ook is het duidelijk dat in Hongarije wordt gestreden om een nieuwe historische indeling van goed en fout (…). Een specifieke kijk op het verleden laat zich echter niet afdwingen. Naast een conflict over democratie en rechtsorde hangt het vooruitzicht van een grimmige herinneringenstrijd daarmee boven Europa". (pagina's 121, 124)

India: antiliberalisme door de combinatie van internationale ambities en het hindoe-primaat

India kan bogen op een 70-jaar oude democratie, geschraagd door de beginselen van diversiteit en pluralisme. In 2014 werd deze in één klap weggevaagd. Waarom? "De kiezers wilden geen dynastie, maar meritocratie. Ze kozen niet voor een kroonprins, maar voor een theeverkoper die zichzelf omhoog had gewerkt." Vrij vertaald: de kiezers hadden genoeg van de vriendjespolitiek in de lijn van Gandhi en Nehru en kozen voor een model waarbij je maatschappelijke positie afhangt van je prestaties.

En toen ging het hard. Die theeverkoper was Modi. Hij won de verkiezingen met een absolute meerderheid. En Modi wist wat hij wilde. Het primaat van het bedrijfsleven boven de staat, de wil van de leider boven de beginselen van bureaucratie en het hindoeïsme als basis van de Indiase beschaving. Dat laatste element vormt de drijvende kracht achter een ambitieuze internationale agenda.
"Wat de wereld niet direct opmerkte, was dat India met Modi richting de voorhoede van de geschiedenis stootte: India omarmde illiberale machtspolitiek, plus een nieuw historisch verhaal om dit te legitimeren. (…) 'Ik ben een Indiër en ik heb een simpele definitie van secularisme. Jullie zullen het met mijn definitie eens zijn - hij luidt: "India eerst". " (pagina 131)
Op basis van dit verhaal ontwikkelt India zich verder. Met een toenemend gebruik van geweld jegens de moslims en met een autoritaire en centralistische leiderschapsstijl van Modi die zich mag verheugen in een toenemende populariteit en met een internationale beeldvorming die erop gericht is om de wereld te laten zien dat India haar plek op het wereldtoneel opeist.

Evenals in zijn beschrijving van Hongarije vraagt Thomas aandacht voor het belang van de wijze waarop de machtshebbers de geschiedenis definiëren. Ook Modi legt de nadruk op de periode waarin zijn land onderdrukt is. "De slavenmentaliteit die 1200 jaar heeft geduurd zit ons dwars." Door dit accent maakt Modi volgens Thomas de revanche onderdeel van de historische dynamiek van India. "De echte inzet van dit debat waren niet jaartallen, maar de betekenis van de geschiedenis voor de identiteit van India op dit moment."

Waar Thomas de grondspanning van de Indiase politiek beschrijft als een scheidslijn tussen het in ere houden van de hindoenatie enerzijds en het seculiere diversiteitsideaal van Nehru anderzijds, is hij in zijn slotsom overduidelijk.
"Het oude India, van Jawaharlal Nehru, Mahatma Gandhi en de Congrespartij, die onderdak probeerden te bieden aan alle geloofsgroepen in India, verdwijnt langzaam uit beeld. (…) Sinds India zijn geschiedenis als democratie begon ging achter iedere politieke handeling steeds een fundamentele keuze schuil: die voor de liberale democratie waarin de meerderheid regeert en de rechten van de minderheden tegelijkertijd gewaarborgd bleken, of die voor de illiberale, waarbij het beschikken over een meerderheid wordt gebruikt om een dominante cultuur te bevorderen ten koste van de rest. (…) In Modi's India, waar de massa een bloedspoor door de recente geschiedenis trekt, heeft dat laatste op dit moment de overhand." (pagina's 181, 183)

Rusland: antiliberalisme door het streven om vernedering met oude verhalen te overwinnen

Ook hier gekrenkte nationale trots.
"Het nieuwe verhaal van Rusland dat Poetin heeft vormgegeven is gebaseerd op het overwinnen van de jarenlange vernedering waarin Rusland was beroofd van zijn status als historische kracht en noodgedwongen genoegen moest nemen met een ondergeschikte rol op het wereldtoneel."
Volgens Thomas heeft dat verhaal geleid tot nieuwe interesse in oude bronnen. Iljin, Berdjajev, Solovjov, Goemiljov, Troebetskoi, Doegin en Timofejev: àls de westerse liberale democratieën al ooit van deze namen gehoord zouden hebben, dan hadden ze daar in het geheel geen aandacht voor. Zij zaten te veel vast in het verhaal dat er voor hun eigen staatsvorm geen alternatief zou zijn. Democratie was toch immers het einde van de geschiedenis?

Hoe het ook zij, het denken van elk van deze lieden had invloed op Poetin.
"Inmiddels lijkt Poetin er definitief van overtuigd dat het idee dat Rusland op het Westen zou gaan lijken een historische vergissing is. (…) Deze denkers die Poetin inspireren (…) geloven in het eurazianisme, het idee dat er één grote beschaving zou kunnen bestaan die zich over het Europese en het Aziatische continent uitstrekt, gestoeld op het christendom en waar Rusland als 'hartland' de regie over voert." (pagina 229)
Daar kwam bij dat Poetin veel ruimte kreeg toebedeeld. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie immers kampte Rusland met een economische chaos. "Het is Ruslands nationale verhaal in een notendop: chaos en opstand vormen een permanente bedreiging voor staat en kerk, en het is aan de leider om dat gevaar te beteugelen." Met dat verhaal wist Poetin wel raad. Hij pakte het bedrijfsleven in met een deal waarin onderzoek naar onrechtmatigheden werden 'afgekocht' met een belofte van loyaliteit aan hem. En voor het overige kneedde Poetin Rusland tot een postmoderne dictatuur. Een voortdurend van kleur wisselende mix van democratie en dictatuur. Waarbij Rusland volgens Thomas het vermogen heeft om de waarheid voortdurend naar believen vorm te geven.
"In de liberale democratie is de waarheid een toetssteen om de macht te beperken. In haar illiberale tegenhanger geldt de postmoderne aanpak: elke waarheid is relatief en kan dus naar behoeven worden vormgegeven. Zo is Rusland, bedoeld of niet, een politieke trendsetter geworden. Wie beweert dat Rusland (…) is blijven steken in een vorig tijdperk, miskent dat Rusland vooropgaat in de groeiende antiliberale wereldorde." (pagina 235)

Verenigde Staten: antiliberalisme
"Trump is wellicht een geval apart. Wat ontbreekt in zijn illiberalisme, is een fijnmazige kijk op het verleden. 'Make America Great Again' is een losse kreet, nauwelijks ingevuld met namen, jaartallen of gebeurtenissen uit het verleden van de Verenigde Staten. Niets in zijn verhaal geeft substantie aan dat woord 'Great', anders dan zijn eigen succes. (….) Voorlopig blijft Trump de leider die wordt meegesleept door de geschiedenis in plaats van er regie over te voeren zoals Orbán, Erdogan, Modi en Poetin dat doen." (pagina 291-292)
Dit citaat raakt de kern van het verschil van de ontwikkelingen in de Verenigde Staten met die in de overige vier landen. Historische of ideologische bevlogenheid is de Amerikaanse president vreemd. Wat hem niet vreemd is, is het gebruik van het rechtssysteem om politieke tegenstanders uit te schakelen. Dit gaat hand in hand met een groot aantal anti-rechtsstatelijke maatregelen zoals het in hoog tempo regeren per decreet, de opheffing van de scheiding der machten en het oproepen tot geweld. Waarbij zijn hele handel en wandel voortdurend vergezeld gaat van een geur van malversaties.
"De financiële huishouding van de president (…) blijft buiten het zicht van het publiek. (…) Ondertussen gebruikt Trump het Witte Huis zowel als portemonnee als verdienmodel. Nog voor het eerste jaar van zijn ambtstermijn voorbij was, kon hij al de geschiedenis in als de president die het meeste publieke geld erdoorheen heeft gejaagd om zijn persoonlijke levensstijl te financieren ….." (pagina's 271-272)
 
Waarschuwing

"In een periode van vier jaar vestigde zich de illiberale wereldorde en kwam de twintigste eeuw definitief tot een eind". Zonder meer de duizelingwekkendste zin uit het boek van Thomas. Zeker als je bedenkt dat het ontstaan van de democratie van de Verenigde Staten terugvoert naar de achttiende eeuw. Thomas roept het beeld op dat de verworvenheden van een traditie van meer dan twee eeuwen in vier jaar tijd kunnen worden weggevaagd. Dat is de werkelijke waarschuwing die van dit boek uitgaat. Deze komt nu zijdelings voorbij maar is het waard om luider te laten klinken, óók in Nederland.

De afbraak van de liberale democratie heeft overigens een wat paradoxaal karakter. Zij komt namelijk op een democratische wijze tot stand. Dat laat Thomas voortdurend zien, het duidelijkst aan de hand van de ontwikkelingen in Hongarije. De machtshebbers daar hanteren deugdelijk de regels van het democratische spel, zij het dat zij die tijdens het spel voortdurend veranderen.


Mijn waardering

De vergelijkende analyse van Thomas vind ik interessant en overtuigend. Ik heb er weinig incoherentie in kunnen ontdekken. Mijn enige kanttekening betreft het feit dat Thomas vooral het perspectief van de autoritaire leiders schetst. Wat denken en willen zij? Maar wat is het perspectief van de bevolking? Getuige de mondiale opkomst van het rechts-populisme moet er welhaast sprake zijn van een zekere resonantie tussen beide perspectieven. Voor de lezer blijft dat nu gissen.

Thomas belicht die resonantie alleen op de pagina's 263 - 266. Daar laat hij de beleving van de Amerikaanse bevolking zien. Een cultuurkloof tussen hoog- en laagopgeleiden, gevoed door migratie, zorgt ervoor dat veel kiezers de elite verafschuwen. Iets waar Trump haarfijn op inspeelt. Daar komt ook nog eens het hoge tempo van de economische transformatie bij met een extreme ongelijkheid tot gevolg.

Hoe zit dat allemaal in die vier andere landen?


Paul Strijp, 20 juli 2020