Bedankt voor uw bezoek! In deze blog bespreek ik non-fictie. Uw reacties stel ik zeer op prijs. Zie ook mijn twee andere weblogs: www.overpeinzingenPaulStrijp.blogspot.com en www.portrettenPaulStrijp.blogspot.com
Translate
woensdag 26 oktober 2022
Joep Dohmen en Paul van der Steen serveren in de Vriendenreünie zowel een indrukwekkende netwerkanalyse als suggestieve verdachtmakingen
maandag 4 juli 2022
Frontale aanval van Frank Bokern in Crapuul op hardvochtige, kapitalistische drie-eenheid van gemeente Maastricht, kerk en ondernemers
'Het is de tragiek van de sociaalvoelende geestelijke: hij is in dienst van een kerk die de band met het kapitaal belangrijker vindt dan het in praktijk brengen van het christelijk gedachtegoed.' (p.87)
De geestelijken in dit citaat waren eenlingen. Kapelaans en priesters zoals Wijnen, Poels, Castorius en Rouwet. Zij lieten van zich horen, namen het voor de bevolking op maar bleven uiteindelijk altijd alléén achter. Vooral het opbouwwerk-avant-la-lettre van Castorius is indrukwekkend. Tot slot de derde partij, de gemeente. Die bestond eigenlijk niet. Gemeente en ondernemers vielen namelijk samen, zij waren één. Het gemeentebestuur werd lange tijd gevormd door machtige ondernemers, vooral burgemeester Pijls. Bokern verwijt de gemeente passiviteit, een decennialang laissez-faire beleid daar waar zij volgens hem juist daadkrachtig had moeten ingrijpen.
Maar brak er dan nooit een opstand uit? Jawel, één keer, in 1929 bij de Zinkwit-staking. Een zeer gewelddadig oproer waarbij ook doden te betreuren waren. Daarmee zijn we bij de derde factor beland die de status quo van Verelendung verklaart: ondanks deze staking is Maastricht géén stad van de revolutie. Wel een stad van de schone schijn. Dat ligt in de volksaard besloten. De lagere sociale klassen willen er maar al te graag bijhoren, willen door de hogere klassen gezien worden. En spenderen hun weinige centjes dan ook aan mooie kleding, niet aan de opstand tegen de notabelen. Voor het overige verzoenen zij zich met hun lot van armoede. Als daar ook nog eens de zwakke positie van de socialisten bij wordt gevoegd - mannen zoals Vliegen, Van Vorst en Bessems moeten zich net zo geïsoleerd hebben gevoeld als hun katholieke voorvechters - dan wordt duidelijk hoe de Maastrichtse woonellende jarenlang kon blijven bestaan. Ondanks het feit dat deze regelmatig op de landelijke politieke agenda belandde.
woensdag 28 juli 2021
Bloed en Honing van Irene van der Linden en Nicole Segers: winstwaarschuwing vanuit de Balkan dat het zomaar voorbij kan zijn
BOEK
Irene van der Linde (tekst) en Nicole Segers (foto's) Bloed en Honing. Ontmoetingen op de grenzen van de Balkan. Boom, Lecturis. Tweede druk. Amsterdam, maart 2021.
Denk niet dat er geen oorlog kan komen, de wereld waarin je leeft kan in één klap voorbij zijn. Dit is de kernboodschap van Van der Linde en Segers naar aanleiding van hun reizen door de Balkan. Daarover schreven zij een -wat zij zelf noemen- journaal. Een verhaal waarin beeld en tekst door elkaar lopen. Het resultaat is een meeslepend portret van een regio die het als voormalig Joegoslavië eigenlijk helemaal niet zo slecht had. Echter, met de oorlogen van de jaren negentig stak een etnisch nationalisme de kop op dat elke vorm van vreedzaam samenleven deed verdwijnen. Dat kan in Europa ook zo maar gebeuren, waarschuwden een aantal Balkan-inwoners met wie Van der Linde en Segers spraken. De lezer blijft met de vraag zitten hoe reëel deze waarschuwingen zijn. En met een beklemmend gevoel van uitzichtloosheid voor de Balkan zelf.
In het voetspoor van Rebecca West
Van der Linde en Segers, redacteur bij De Groene Amsterdammer resp. documentair fotograaf, maakten tussen 2012 en 2020 vier reizen door de Balkan. Daarover schreven zij een reisjournaal, het boek Bloed en Honing. Zij begonnen niet zo maar aan deze reizen. Een belangrijke inspiratiebron was Rebecca West, pseudoniem voor Cicily Isabel Fairfield.
West werd in 1892 geboren in Londen. Zij schreef romans, literaire kritieken, columns en artikelen. In 1942 verscheen van haar hand het boek Black Lamb and Grey Falcon. Hierin doet zij verslag van een reis die zij in 1937 maakt naar Joegoslavië. Haar motief voor die reis? De wil om te begrijpen. West wilde snappen hoe de wereld eind jaren dertig uit balans was geraakt. Zij koos daarvoor de Balkan omdat de gebeurtenissen in deze regio volgens haar cruciaal waren voor Europa. Van der Linde en Segers worden door eenzelfde motief gedreven. "Net als Rebecca West destijds reizen Nicole en ik nu naar de Balkan in een periode van crisis in Europa. Van het triomfalisme uit het begin van deze eeuw is geen sprake meer, eerder van pessimisme", schrijft Van der Linde in de proloog.
Historie...
De reis ging dus naar de landen die met elkaar het voormalige Joegoslavië vormden. De ondertitel van het boek daarentegen spreekt over de Balkan. Dat is licht verwarrend. Immers, de Balkan is méér dan voormalig Joegoslavië. Gelukkig geven de beide maaksters van het boek een korte historische duiding van de Balkan en de plaats van Joegoslavië daarin.
De essentie van hun duiding is dat de Joegoslaven altijd de Zuid-Slaven hebben willen verenigen. Dat lukte aan het einde van de Eerste Wereldoorlog: het Servo-Kroatische smaldeel kwam toen samen in het koninkrijk Joegoslavië. Behalve de Zuid- waren er ook Noord-Slaven. Hiertoe behoren bijvoorbeeld de Polen en Slowaken. In dat koninkrijk is Kroatië sterk beïnvloed door het Habsburgse rijk van Oostenrijk en Hongarije. De overige delen van voormalig Joegoslavië stammen af van het Ottomaanse rijk, de Turken dus.
... en ziel van de Balkan
Prachtig is de duiding van de ziel van de Balkan aan de hand van de titel van het boek. "Bal betekent honing en kan bloed. (...) Wij zijn het land van bloed en honing. (...) Je bent hier nooit alleen, (...) Als je honger hebt, zal iedereen je een stuk brood te eten geven. Dat is de honing. De andere kant is dat we altijd vechten. Elke generatie maakt een keer oorlog mee. Dat is het bloed."
In het reisjournaal domineert overigens het conflict boven de solidariteit. De reeks tegenstellingen en spanningen die beide dames tijdens hun gesprekken ervaren hebben is schier oneindig. Zij voelden die naar eigen zeggen tussen Kroaten en Serviërs, Bosniakken en Serviërs, Bosniakken en Kroaten, Albanezen en Serviërs, Macedoniërs en Grieken, Macedoniërs en Albanezen en tussen Macedoniërs en Bulgaren.
Een Montenegrijnse gesprekspartner levert daarvoor de verklaring. "Je had het Westen, dat was de beschaving, je had het Oosten, dat waren de Ottomanen. En daartussenin zat de Balkan. Dat waren de vechters, de inwoners werden ingezet om de grenzen hier te beschermen en te behouden. Nu is het vechten een intern proces geworden."
Hoe het zo mis kon gaan
Van der Linde en Segers roepen in hun reisjournaal regelmatig een sfeer van nostalgie op. Nogal wat inwoners van het voormalig Joegoslavië koesteren heimwee. Zij verlangen terug naar de jaren 1953 - 1980 onder leiding van president Tito. Hij smeedde van zijn land een eenheid zonder overheersing van de Serviërs. "Joegoslavië had alles: kolen, zilver, goud, industrie, auto's, landbouw. We hadden het beste paspoort ter wereld. We reisden overal heen, hadden werk. En elke republiek droeg iets anders bij: Kroaten hadden geld, mooie wegen en toerisme; Bosniërs hadden de mijnen, dat waren de werkers, de bergmensen; Macedoniërs hadden de tabak, de wijn, de warmte.", zo tekenden zij in Sarajevo op.
Zij laten zien hoe een trits aan oorzaken ervoor zorgde dat deze voor het Oostblok unieke staatsvorm als sneeuw voor de zon verdween. Allereerst het overlijden van Tito in 1980. Tito was een charismatisch figuur die altijd zijn eigen koers heeft gevaren. Zijn dood zorgde voor een machtsvacuüm. Een tweede oorzaak, meer van structurele aard, is de val van de Muur in 1989. Deze zorgde voor een dynamiek waarbij de communistische staten op drift raakten. Tegen deze achtergrond - en dat is de derde oorzaak - hield de Servische leider Milosovic in datzelfde jaar een historische speech. Daarin sloot hij geweld niet uit voor het versterken van de positie van Servië. Deze speech gaf de republieken Kroatië en Slovenië het duwtje voor het uitroepen van hun eigen onafhankelijkheid. Daarmee was de kiem gelegd voor alle oorlogsellende in Joegoslavië.
Collectieve schade op de Balkan
Wat is dertig jaar later het gevolg van dat alles geweest? Dat laten Van der Linde en Segers indringend zien. Zowel in woord als in beeld. Je voelt de pijn die zij geleden hebben tijdens hun reis. Die pijn zit in het etnisch nationalisme als gevolg van de opsplitsing van Joegoslavië. "Als er één ding zichtbaar is in al die landen waar we doorheen zijn gekomen, dan is het wel dit: als mensen zich terugtrekken in hun eigen groep, in hun eigen landje, dan leidt dit eerder tot stilstand en inertie dan tot ontwikkeling en passie."
Vooral de teksten en foto's over de steden Sarajevo en Mostar in Bosnië-Herzegovina en Skopje in Macedonië tonen een monolithisch beeld. Dit waren voorheen kosmopolitische steden waarin diverse religies vreedzaam samenleefden. Nu plaatsen waar elke diversiteit ontbreekt. De foto's zijn dan ook statisch en laten nauwelijks dynamiek zien. Wel lethargie. Voor de jeugd valt er weinig te beleven. Veel jongeren willen dan ook weg, de werkloosheid en armoede ontvluchten.
Aanvullende trauma's
Los van deze collectieve schade voor alle landen die voorheen gezamenlijk Joegoslavië vormden, hebben sommige landen nog hun eigen trauma's. Zo draagt Kroatië als voormalige fascistische vazalstaat van Italië een oorlogsverleden mee. Veel inwoners ontkennen de gruweldaden juist.
Dat geldt ook voor Servië. Daar bestaat de genocide door landgenoten op de inwoners van de Bosnische moslimstad Visegrad in 1992 niet. "Visegrad is een zwart gat" kregen Van der Linde en Segers van een jongerenwerker in Sarajevo te horen. Op hetzelfde moment voelt Servië zich gefrustreerd, onbegrepen en vernederd. Dat komt vooral door de grote Europese steun voor de onafhankelijkheid van Kosovo, een land dat Servië als een afvallige provincie beschouwt. En dan te bedenken dat Servië sowieso al een hang heeft naar 'ongeluk, verdriet en ellende'.
Meer dan geslaagd reisjournaal met één vraag
Dit reisjournaal is meer dan geslaagd. Als lezer word je meegezogen, je voelt je reisgenoot. Dat komt vooral door de afwisseling van relatief kleine stukjes tekst met indringend beeldmateriaal. Het is knap hoe Van der Linden en Segers bijna overal een statisch, pessimistisch, uitzichtloos en beklemmend sfeerbeeld weten op te roepen. De foto's en de teksten zijn congruent.
Eén vraag blijft hangen. Wat maakt dat de maaksters van het boek als belangrijkste boodschap een apocalyptische waarschuwing meegeven? Wat op de Balkan is gebeurd kan bij jullie in Europa ook zo maar gebeuren, kregen ze een aantal keren te horen. Kennelijk hebben die gesprekken indruk op hen gemaakt. Dat kan te maken hebben met hun overtuiging dat grensgebieden fungeren als spiegel voor het centrum. "Hier op de Balkan zie je wat Europa is", zeggen ze de Kroatische wetenschapper Krajina na.
Dat laat onverlet dat iets meer bespiegeling over deze parallel op zijn plaats was geweest. De contexten van de Balkan en Europa verschillen immers hemelsbreed. Welk scenario is denkbaar zodanig dat Europa uiteenvalt op een met de Balkan vergelijkbare wijze?
Hoe nu verder met de Balkan?
Los van de vraag wat er allemaal met Europa kan gebeuren blijft er een nog veel ongemakkelijker vraag liggen. Hoe moet het verder met de Balkan? Van der Linden en Segers schetsen op dit punt geen perspectief. Het is ook de vraag of dat er überhaupt is. Veel inwoners van de landen van het voormalige Joegoslavië koesteren de hoop op toetreding tot de Europese Unie. Maar die heeft op dit moment wel iets anders aan haar hoofd. Daar komt bij dat invloedrijke regeringsleiders als Merkel absoluut geen trek hebben in grensverschuivingen op de Balkan en daaruit voortkomende volksverhuizingen.
Het perspectief voor de Balkan is dan ook beklemmend uitzichtloos. Dat is het werkelijk sombere gevoel dat dit reisjournaal op de lezer achterlaat.
Paul Strijp, 28 juli 2021
#bloedenhoning #balkan
dinsdag 28 juli 2020
Treffende vergelijkende analyse van Casper Thomas in De Autoritaire Verleiding laat de broosheid van democratieën zien
"In 1920 werd het Verdrag van Trianon getekend. Trianon legde de eindtermen van de Eerste Wereldoorlog vast. De Oostenrijk-Hongaarse dubbelmonarchie werd op voorstel van de Fransen opgedeeld in losse naties waarbij Hongarije twee derde van zijn toenmalige territorium verloor aan omringende landen en bijna een derde van de Hongaarssprekenden buiten de landsgrenzen kwam te wonen. Het gevoel van historisch onrecht speelt nu weer een belangrijke rol in Hongarije, iets waar Orbán handig gebruik van maakt." (pagina 94)
"Op papier golden democratische normen: er waren verkiezingen en het parlement had het laatste woord. Maar van een al te levendig democratisch debat was geen sprake. Het dolle tempo waarmee Hongarije na 2010 wetswijzigingen doorvoerde, was een teken dat het parlement zich tot stempelmachine had laten reduceren." (pagina 115)
"Hoe dan ook is het duidelijk dat in Hongarije wordt gestreden om een nieuwe historische indeling van goed en fout (…). Een specifieke kijk op het verleden laat zich echter niet afdwingen. Naast een conflict over democratie en rechtsorde hangt het vooruitzicht van een grimmige herinneringenstrijd daarmee boven Europa". (pagina's 121, 124)
"Wat de wereld niet direct opmerkte, was dat India met Modi richting de voorhoede van de geschiedenis stootte: India omarmde illiberale machtspolitiek, plus een nieuw historisch verhaal om dit te legitimeren. (…) 'Ik ben een Indiër en ik heb een simpele definitie van secularisme. Jullie zullen het met mijn definitie eens zijn - hij luidt: "India eerst". " (pagina 131)
"Het oude India, van Jawaharlal Nehru, Mahatma Gandhi en de Congrespartij, die onderdak probeerden te bieden aan alle geloofsgroepen in India, verdwijnt langzaam uit beeld. (…) Sinds India zijn geschiedenis als democratie begon ging achter iedere politieke handeling steeds een fundamentele keuze schuil: die voor de liberale democratie waarin de meerderheid regeert en de rechten van de minderheden tegelijkertijd gewaarborgd bleken, of die voor de illiberale, waarbij het beschikken over een meerderheid wordt gebruikt om een dominante cultuur te bevorderen ten koste van de rest. (…) In Modi's India, waar de massa een bloedspoor door de recente geschiedenis trekt, heeft dat laatste op dit moment de overhand." (pagina's 181, 183)
"Het nieuwe verhaal van Rusland dat Poetin heeft vormgegeven is gebaseerd op het overwinnen van de jarenlange vernedering waarin Rusland was beroofd van zijn status als historische kracht en noodgedwongen genoegen moest nemen met een ondergeschikte rol op het wereldtoneel."
"Inmiddels lijkt Poetin er definitief van overtuigd dat het idee dat Rusland op het Westen zou gaan lijken een historische vergissing is. (…) Deze denkers die Poetin inspireren (…) geloven in het eurazianisme, het idee dat er één grote beschaving zou kunnen bestaan die zich over het Europese en het Aziatische continent uitstrekt, gestoeld op het christendom en waar Rusland als 'hartland' de regie over voert." (pagina 229)
"In de liberale democratie is de waarheid een toetssteen om de macht te beperken. In haar illiberale tegenhanger geldt de postmoderne aanpak: elke waarheid is relatief en kan dus naar behoeven worden vormgegeven. Zo is Rusland, bedoeld of niet, een politieke trendsetter geworden. Wie beweert dat Rusland (…) is blijven steken in een vorig tijdperk, miskent dat Rusland vooropgaat in de groeiende antiliberale wereldorde." (pagina 235)
"Trump is wellicht een geval apart. Wat ontbreekt in zijn illiberalisme, is een fijnmazige kijk op het verleden. 'Make America Great Again' is een losse kreet, nauwelijks ingevuld met namen, jaartallen of gebeurtenissen uit het verleden van de Verenigde Staten. Niets in zijn verhaal geeft substantie aan dat woord 'Great', anders dan zijn eigen succes. (….) Voorlopig blijft Trump de leider die wordt meegesleept door de geschiedenis in plaats van er regie over te voeren zoals Orbán, Erdogan, Modi en Poetin dat doen." (pagina 291-292)
"De financiële huishouding van de president (…) blijft buiten het zicht van het publiek. (…) Ondertussen gebruikt Trump het Witte Huis zowel als portemonnee als verdienmodel. Nog voor het eerste jaar van zijn ambtstermijn voorbij was, kon hij al de geschiedenis in als de president die het meeste publieke geld erdoorheen heeft gejaagd om zijn persoonlijke levensstijl te financieren ….." (pagina's 271-272)








