boekbesprekingen van Paul Strijp
Bedankt voor uw bezoek! In deze blog bespreek ik non-fictie. Uw reacties stel ik zeer op prijs. Zie ook mijn twee andere weblogs: www.overpeinzingenPaulStrijp.blogspot.com en www.portrettenPaulStrijp.blogspot.com
Translate
maandag 30 december 2024
Interessante bespiegelingen kunnen niet verhullen dat Tom van der Meer in 'Waardenloze politiek' een deus ex machina aandraagt voor de problemen die hij signaleert
zondag 29 december 2024
Marcel van Engelen luidt in 'De stad' de noodklok over de staat van Amsterdam en haar toekomst
BOEK
Marcel van Engelen. De stad. Het verhaal van AMSTERDAM van 1980 tot vandaag. De Bezige Bij, vijfde druk. Amsterdam, juli 2024.
Eén droog zinnetje, bijna aan het einde van het boek. Een zin waarin het succes en de tragiek van de stad Amsterdam besloten liggen. Die zin luidt: de vrije markt heeft Amsterdam veel gebracht, maar uiteindelijk is de stad de vrije krachten niet meer de baas. Waardoor diezelfde stad nu met de gebakken peren zit. Een groeiende sociale ongelijkheid, nauwelijks grip op de woningmarkt, een middenklasse die de stad is uitgejaagd, een niet meer te beheersen toerisme en veel inwoners die komen en net zo makkelijk ook weer vertrekken. Wat erger is, er is geen begin van een idee hoe die privatisering gekeerd moet worden. Van Engelen heeft de ruimtelijke en sociale ontwikkelingen gedurende de laatste zes decennia, dus al ruim vóór het door hem gemarkeerde jaartal 1980, meesterlijk beschreven.
zaterdag 16 november 2024
Benoit Wesly is altijd zijn broertje Leon gebleven in 'Wat voorafgaat wordt vervolgd'
BOEK
Benoit Wesly. Wat vooraf gaat wordt vervolgd. Uitgeverij Leon van Dorp. Tekstnotatie en redactie: Peter Pluymen. Druk: Grafistar. ISBN 9789090381572.
Vreselijk beroerde familieomstandigheden bij zijn geboorte. En dan ook nog eens een brute ontvoering op latere leeftijd. Het leven heeft Benoit Wesly bepaald niet gespaard. Toch bleef hij altijd overeind. Meer dan dat zelfs. Als familie- en als gevierd zakenman, als prominent vertegenwoordiger van de Joodse gemeenschap in Limburg en als publiek figuur met toegang tot invloedrijke netwerken. Maar op successen laat hij zich niet voorstaan. Geen zelfverheerlijking dus, wel een alleszins lezenswaardige autobiografie die van kwetsbaarheid, wijsheid en levenservaring getuigt. Kritiek op het boek heb ik niet, wel vind ik het jammer dat Wesly een aantal vragen en kwesties laat liggen of niet uitdiept.
Wesly komt in 1945 in Maastricht ter wereld als oudste zoon van een Joods gezin. Zijn start kenmerkt zich door buitengewoon beroerde familieomstandigheden.
'Wanneer mijn papa en mama, na de bevrijding van Maastricht, in hun woonplaats terugkeren, hebben zij het volgende te verhapstukken. Van de meer dan ooit, uit ongeveer vijftig leden bestaande familie Wesly, zijn alleen zij en hun dochter Leni nog in leven. Hun zoon Leon is, na verraad, opgepakt en in Auschwitz vergast. Al hun bezittingen zijn door de bezetter in beslag genomen.' (p.34)
Zijn vader verdiende de kost als veehandelaar en grossier in vlees. Wesly maakt geen melding van de werkzaamheden van zijn moeder. Maar in het katholieke Maastricht van na de oorlog is het aannemelijk dat zij het huishouden bestierde en het grootste deel van de opvoeding van de kinderen voor haar rekening nam.
Tot zover de feiten. De emotionele last daarvan manifesteert zich voor Wesly op twee fronten. Op het verlies van zijn broer Leon en op de moeizame relatie met zijn vader.
Een overleden broer als overlevingsmechanisme
'Wat daarbij wel en altijd weer een rol speelt, zijn gedachten aan mijn in de Tweede Wereldoorlog vermoorde familie en mijn broer Leon in het bijzonder. Aan wat ze in de kampen moeten hebben meegemaakt; aan wat er in de laatste minuten van hun leven door hun hoofden kan zijn gegaan. Vraag me niet hoe zoiets werkt, maar op de een of andere manier werkt dat voor mij troostend en helend.' (p.29)
Een overleden broer als overlevingsmechanisme. De bespiegelingen die Wesly aan hem wijdt, zijn prachtig. Leon staat symbool voor een tere en gevoelige kant, voor behoefte aan erkenning en schouderklopjes en aan energie en zelfvertrouwen, voor het speelse en onaangepaste en voor overgevoeligheid voor onrecht. Precies de karaktertrekken die Wesly zichzelf toedicht.
'Ik heb hem postuum geadopteerd en hij woont bij me in. Zijn aanwezigheid is zowel noodzakelijk als confronterend.' (p.49)
Een vader als autoritair staatshoofd
De relatie van Wesly met zijn vader was ronduit moeizaam.
'Mijn vader heeft, voor zover ik het nu kan beoordelen, besloten mij te harden. In hoeverre dat een bewuste keuze is geweest, weet ik niet. Maar ik denk dat hij van mening was dat een gepantserde huid en een dikke laag eelt op mijn ziel mij resistent en immuun zouden maken tegen ..... Tja, tegen wat eigenlijk? Ik vermoed tegen het leed en het verlies en alle daarmee samenhangende, onbeantwoorde en kwellende vragen in mijn vaders hoofd en hart.' (p. 38)
Het gevolg van deze opvoedingsstijl was non-communicatie. Beiden voerden geen echte gesprekken. Wesly ontving, zelfs op het sterfbed van zijn vader, alleen instructies. Geen complimenten. Die kreeg hij wel van zijn moeder. In de laatste zin van het citaat hierboven klinkt ook nog wel een zeker begrip voor zijn vader door. Zoals hij ook stelt dat er verlies bestaat dat te groot is voor een mens. Wesly toont zich mild jegens zijn vader.
Deze gemankeerde vader-zoon-relatie heeft hem rijp gemaakt voor het zakenleven. Ooit werken voor een baas? No way! En dat leven heeft hem bepaald geen windeieren gelegd. Wat droeg, behalve die hang naar onafhankelijkheid, nog meer bij aan zijn succes?
'Maar ik heb in mijn leven een aantal flinke projecten alleen maar kunnen realiseren door vooral goed te luisteren naar een aantal geweldige adviseurs.' (p.25)
Luisterend vermogen als succesfactor dus. Dat moet bij Wesly dan wel heel groot zijn geweest, want reeds op zijn 42e was hij financieel onafhankelijk. Zijn successen passeren de revue, maar alleszins bescheiden. Wesly benoemt ze, maar van pocherij is geen moment sprake. Wel van iets anders, namelijk een zeker dedain jegens de publieke sector. Hoe zit dat?
Die publieke sector, die kan er niets van
Wesly ergert zich regelmatig. De ene keer omstandig, dan weer tussen de regels door. Hij stoort zich aan lange wachttijden bij de politie, aan een herinnering om een boete van 2,40 euro te voldoen en aan de bureaucratisering in de zorg. Wat een contrast met de commerciële sector en de horeca in het bijzonder, benadrukt hij regelmatig.
Breek hem de bek niet open over bijvoorbeeld de gemeente Maastricht. Wesly bespreekt een aantal aanvaringen met het gemeentebestuur. En het moet gezegd, die doen de wenkbrauwen fronsen. Er hangt vaak een luchtje van niet-integer handelen omheen. Overigens is het opvallend dat hij geen melding maakt van de afwijzing die hij ontving bij zijn sollicitatie naar het ambt van burgemeester. Daar heeft hij eerder namelijk publiekelijk wel zijn ongenoegen over laten blijken.
En hoewel hij en passant de voorbeeldige organisatie van Koningsdag 2022 door de gemeente Maastricht noemt, voorwaar toch een huzarenstukje, komt hij met een massief verwijt. Overheden lijden volgens Wesly aan een gebrek aan competentie. Dat is toch echt te boud. Er gaat veel mis bij overheden, te veel, zeker. Maar de overheid is te groot en te gedifferentieerd voor zo'n generieke uitspraak. Er zijn ook onderdelen die, gegeven de huidige complexe maatschappelijke omstandigheden, naar behoren functioneren. Om een paar voorbeelden te noemen. Staatsbosbeheer, het Centraal Justitieel Incassobureau, de gemeente Utrecht.
Schurende maar onbeantwoorde vragen
Wesly toont zich op meerdere plaatsen in het boek kwetsbaar. Hoewel hij ermee worstelt, erkent hij bijvoorbeeld ijdel te zijn. Die kwetsbaarheid is één van de sterke kanten van het boek. Zo stelt hij zich ook de vraag: al dat harde werken en al die zakelijke successen, waar zijn die eigenlijk goed voor geweest? Hij formuleert de vraag nog directer: heb ik wel eigenlijk wel geleefd? En heb ik wel voldoende tijd en energie gestoken in mijn huwelijk, de opvoeding van mijn kinderen en mezelf?
Als lezer denk je dan: now we are talking. Dit zijn de echte, de schurende vragen. Moedig dat Wesly deze opwerpt. Vanuit een autobiografisch oogpunt is het jammer dat hij juist deze vragen vervolgens niet of slechts sporadisch beantwoordt. Zijn boek had met antwoorden op die vragen aan kracht kunnen winnen.
Jodendom en de staat Israël
Wesly veronachtzaamt zijn Joodse wortels niet. Uitvoerig besteedt hij aandacht aan de Joodse geschiedenis en religie en aan de staat Israël. Ook dat geeft zijn boek een interessante verdieping.
De Joden treft vaak het verwijt dat zij verantwoordelijk zijn voor de moord op Jezus Christus. Dat verwijt ligt volgens hem ten grondslag aan alle vooroordelen jegens de Joden die zich in de eeuwen daarna hebben gevormd. In dat licht toont hij zich ronduit pessimistisch. Het antisemitisme is volgens Wesly nog steeds levend, een volgende holocaust sluit hij zelfs niet uit. Sic!
Buitengewoon kritisch is hij op de staat Israël. Hoe graag hij ook in het land zelf verblijft, de aantasting van de rechtsstaat en de aantasting van de positie van de minderheden door het Israëlische kabinet baren hem grote zorgen. Wat te denken van onderstaande passage?
'Veel Palestijnse mensen die in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever of in de bezette gebieden leven, zijn voor hun werk afhankelijk van Israël. Dagelijks steken ze de grens over om 's avonds weer naar hun huizen terug te keren. Israël bewaakt die grenzen streng. Ik heb de grenscontroles bij Gaza wel eens gezien. Ik schaamde me dood. Ze zijn ronduit vernederend. Iedere dag staan die mensen twee keer twee uur in de rij. Vaak in de brandende zon.' (pp. 166-167)
Wesly werpt zich op als een pleitbezorger van de dialoog tussen Joden en Palestijnen. Een mooie rol! Hij doet mij denken aan de Israëlische schrijver David Grossman.
Wat blijft hangen
Welk beeld van Wesly blijft achter na het lezen van dit boek?
Een ondernemer die zich niet op zijn successen laat voorstaan. Een man met een groot maatschappelijk hart, gedreven door zijn Joodse achtergrond. Een man ook die open en leergierig in de wereld staat, die de dialoog als Leitmotiv voert. En verder beschikt over een ongekende mentale weerbaarheid. De ontboezemingen over de ontvoering die hem in 2019 trof, gaan door merg en been. Wesly, op dat moment de 70 ruimschoots gepasseerd, kwam er weer bovenop.
We hadden hem nog beter leren kennen als hij ook iets van zijn blunders, zijn allergrootste 'bloopers' had laten zien. Want die zal hij toch ook vast gemaakt hebben? En daarvan zal ook hij toch het meest hebben geleerd. Of vormen die fouten zijn grote blinde vlek?
Maar het mooist van alles is toch wel dat Wesly altijd een kind is gebleven. Un Mestreechs menneke. Dat zich, voortkomend uit een gebrek aan aandacht tijdens zijn jeugd, gestreeld voelt door media-aandacht en complimenten. Een kind dat het geweldig vindt dat Frans Timmermans hem 'vriend' noemt. En dat geniet van zijn ontmoetingen met de 'groten der aarde'. Zoals André Rieu, Yasser Arafat en koning Hoessein van Jordanië. Wesly ontkent deze gevoeligheid overigens niet en schaamt zich er evenmin voor.
Een hoofdstuk gewijd aan de groten der aarde roept onvermijdelijk de vraag op: en waarom komen de 'gewone stervelingen' niet aan het woord? Zeker in zijn bestuurlijke functies voor Joodse organisaties moet hij toch ook indrukwekkende ontmoetingen met Joodse mensen hebben gehad. Nu blijft het bij een eerbetoon aan Petronella 'Nelly' Kochmann - Eymael, de schoonmoeder van André Rieu. De lezer blijft zitten met de vraag: wat zegt dit over Wesly? Gewoon toeval dat hij geen aandacht besteedt aan de gewone mensen? Of vindt hij beroemdheden interessanter?
maandag 10 juni 2024
David Grossman is in 'De prijs die we betalen' genadeloos voor zijn eigen regering en verzoenend naar de Palestijnen
BOEK
David Grossman De prijs die we betalen. Essays. Cossee, Amsterdam. Derde druk, februari 2024.
Een Israëlisch schrijver die de regering van zijn geboorteland keihard aanspreekt. En daarbij de mythe ontzenuwt dat Israël een democratie zou zijn. Zo kritisch als hij is naar zijn eigen regering, zo verzoenend stelt hij zich op naar de Palestijnen. Hij pleit voor een verlichting van hun lijden. Hoewel er hier en daar best kanttekeningen te plaatsen zijn, maakt juist deze milde en verzoenende toon dit tot een prachtig boekje.
'Maar we mogen niet de vergissing begaan de zaken te verwarren: ondanks alle woede over Natanyahu, zijn kompanen en zijn gedrag zijn de verschrikkingen van de afgelopen dagen niet door Israël geïnitieerd. Hamas heeft die veroorzaakt. De bezetting is inderdaad een misdaad, maar honderden burgers, kinderen, ouders, ouderen en zieken overmeesteren en dan een voor een in koelen bloede neerschieten is een grotere misdaad.' (pagina 10)
'Maar kijk, het schrijven heeft me de manier geleerd om enerzijds een angstaanjagend gevoel te ervaren van het niets, van een duik in verlies en de totale ontkenning van het leven, en anderzijds, tegelijkertijd, een scherp gevoel van vitaliteit, van de volheid van het leven en de bevestiging daarvan.
Ook na de ramp die ons gezin trof, toen we in een oorlog onze zoon Uri verloren, heb ik geleerd dat wat mij in staat stelt deze dualiteit aan te kunnen - de dualiteit van het niets en het zijn, volgens mij de essentie van het menselijk bestaan - de zo volledig mogelijke onderdompeling is in creatie, in kunst.' (pagina 84)
'Gelijkheid is het startpunt van burgerschap, niet het product ervan. Het is de aarde waaruit het burgerschap opgroeit.' (pagina 79)
Maar het allermooist is toch zijn verzoenende en milde houding naar de Palestijnen. Daarin is haat hem vreemd. De tragedie in het Midden-Oosten is volgens hem alleen te genezen als het lijden van de Palestijnen wordt verlicht. Deze houding getuigt niet alleen van verzoening en mildheid, maar ook van wijsheid. Hoeveel Israëlische schrijvers kunnen zich in deze traditie plaatsen?
dinsdag 5 maart 2024
De Graanrepubliek van Frank Westerman laat de keiharde en decennialange strijd van de landbouw in Oost-Groningen zien
BOEK
Frank Westerman De graanrepubliek. Querido Fosfor, 36e druk. Amsterdam / Antwerpen, 2023.
De boeren tegen de arbeiders. En, minder heftig maar toch, tegen de natuur- en de waterwereld. Zie hier de twee belangrijkste conflicten in dit boek van Westerman. Een boek vol strijd en tegenstellingen. Slechts hoogstzelden slaat iemand een hand uit om die tegenstellingen te overbruggen. Mansholt, Luitjen Tijdens en Stek zijn de drie geslachten die Oost-Groningen, sommige al vanaf de negentiende eeuw, domineren. De eerste twee behoren tot de bezittende klasse en hebben ook nog eens politieke invloed, het geslacht Stek had geen bezit maar was wel bepalend voor de macht van het communisme. Eerst aan het einde van zijn boek kiest de auteur positie. En haalt dan snoeihard uit naar de boeren. Hij eist dat zij erkennen de arbeiders onrecht te hebben aangedaan. Dat massieve verwijt is toch wat ongenuanceerd en onvolledig.
'Het land is zo naakt en zo weids dat je, turend door je oogharen, de kromming van de aarde kunt zien'. (pagina 16)
'Het grootste deel van de Oldambster arbeiders bestond uit bezitlozen, proletariërs in de werkelijke zin des woords.' (p.26)
Onder de arbeiders heerste vaak woede. Over de tegenvallende oogst en de dito graanprijzen. En over de werkloosheid die een gevolg was van de voortgaande mechanisatie van de landbouw. Toch brak er op het platteland in Oldambt nooit een revolutie uit. Hoewel, rond 1890, had dat maar een haar gescheeld.
'Een nieuw oproer van vijftig keienkloppers in Finsterwolde markeerde het begin van 1892. (...) Het lukte ene Tjerk 'Travailleur' Luitjes om samen met Domela Nieuwenhuis het Oldambt naar het randje van de revolutie te dirigeren. Er moest met ijzeren vuist gestreden worden voor gelijkheid, propageerde Luitjes. (...) Avond aan avond werden er glazen ingegooid bij boeren, notarissen en ander rijkeluisvolk. (...) De bijna-revolutie had de arbeiders in een religieuze extase gebracht. Het gemeste kalf zou geslacht worden, de boerderijen verdeeld, maar het heilig vuur doofde uit'. (pp. 47, 48, 51)
" 'Het is onvoorstelbaar,' zegt Koert Stek. 'Maar kennelijk weegt de natuur zwaarder dan het belang van de mensen.' " (p.210)
Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw maakte landaanwinning door de boeren plaats voor kunstmatige natuur. Het meer De Blauwe Stad was daarvan het meest tot de verbeelding sprekende symbool. Boeren werden recreatieondernemers. En verdienden voortaan hun geld met rondvluchten en cursussen voor parachutespringen, hun tractoren maakten plaats voor kano's en catamarans.
Maar de natuurbeschermers kregen concurrentie in de strijd om de macht. Gaandeweg werd de berging van het water, noodzakelijk in de strijd tegen de klimaatverandering, steeds belangrijker. Volgens Westerman verschuift de macht dan ook naar de waterwereld.
'Als puntje bij paaltje komt, trekt de dijkgraaf aan het langste eind (...)' (p. 281)
Al die decennia hebben drie geslachten het agrarische leven in het Oldambt en soms zelfs ver daarbuiten, tot in Europa toe, bepaald. Mansholt, Luitjen Tijdens en Stek.
Het geslacht Mansholt: Machers omwille van de onafhankelijkheid
'Dit raakt aan de kern van wat de graanrepubliek nu eigenlijk is: een vrijstaat van boeren die niet alleen neerkeken op hun landarbeiders, maar ze ook nog eens zo onmenselijk behandelden, als horigen, dat het tijd wordt voor erkenning van het aangedane onrecht'. (p.301)
maandag 18 december 2023
'Noodzakelijk verlies' van Judith Viorst zou verplichte kost in het onderwijs moeten zijn
BOEK
Judith Viorst Noodzakelijk verlies. De liefdes, illusies, afhankelijkheid en irreële verwachtingen die wij allen moeten opgeven om te kunnen groeien. Zestiende druk, december 1998. Anthos, Baarn / Amsterdam.
Waarom hebben ze me dit allemaal niet eerder verteld? Met zo'n vraag kun je wel eens blijven zitten na het lezen van een boek. Dat overkwam mij ook bij dit werk. Zo veel levenswijsheid, zo veel psychologische inzichten, die had ik graag eerder in mijn leven aangereikt gekregen. De essentie? Om je te kunnen ontwikkelen tot een compleet mens, moet je kunnen opgeven en loslaten. Moet je verlies durven lijden. Maar dat niet alleen. Houd op met het denken in kinderlijke zwart-wit tegenstellingen, daar kom je niet verder mee. En zie onder ogen dat je anderen, óók en juist je dierbaren, kunt haten. Tot slot. Onze relaties zijn niet volmaakt. Schrik daar niet van.
"Onze levenslange hunkering naar eenwording, zo beweren sommige psychoanalytici, vindt haar oorsprong in onze hunkering om terug te keren, zo niet naar de moederschoot, dan toch naar deze toestand van denkbeeldige tweeëenheid die symbiose wordt genoemd ......" (pagina 28)
"Als ik nadenk over de menselijke ontwikkeling als een levenslange reeks van noodzakelijke verliezen - (...) - valt me voortdurend op dat in onze ervaring tegenstellingen veelvuldig samenvallen. Ik heb ontdekt dat je maar weinig kunt begrijpen in termen van 'óf - óf'. Ik heb ontdekt dat het antwoord op de vraag 'is het dit of dat?' veelal 'beide' is." (pagina 303)
"Veel erger dan 'niet leuk' is de gedachte dat wij haat voelen jegens onze dierbaren, dat we hun naast goede ook wel eens slechte dingen toewensen, dat zelfs onze zuiverste liefde niet zo zuiver is, bezoedeld is met ambivalentie. Freud schrijft: 'Op een enkele situatie na zijn ook onze tederste en innigste liefdesrelaties niet geheel vrij van vijandigheid ....." (pagina 61)
De auteur geeft ons de opdracht om onze dierbaren te kunnen haten. Ga er maar aan staan! Sterker, zij draagt ons op om de mengeling van verlangens, razernijen en conflicten in onszelf, te erkennen. En ook hier geldt: ga er maar aan staan. Volgens de door Viorst aangehaalde Otto Kernberg, een in Oostenrijk geboren Amerikaanse psychoanalyticus, verandert een intense liefdes- in een liefdeloze relatie als we onze eigen agressie niet kunnen erkennen.
Het leven is niet perfect, relaties evenmin
Nog zo'n ongemakkelijke waarheid.
"En het kan lang duren eer we erachter zijn dat het leven op zijn best 'een beheerste droom' is - dat de werkelijkheid bestaat uit onvolmaakte relaties." (pagina 156)
Ook vriendschappen, zo vervolgt Viorst, zijn in het beste geval onvolmaakte relaties. Hoeveel ze ook te bieden hebben, we betalen er een prijs voor. Met de erkenning van de ambivalentie die ook dit type relatie kenmerkt bijvoorbeeld. En met de acceptatie van de beperkte tijd die ons voor vriendschappen vaak gegeven is.
Een huwelijk is, als we Viorst mogen geloven, nog veel dramatischer. Onbeantwoorde verwachtingen zijn onvermijdelijk, dat kan niet anders. Zij symboliseren de tekortkomingen van ons huwelijk wat weer leidt tot vijandige gevoelens. De auteur is niet mild in de metaforen die zij voor het huwelijk in petto heeft. Zij spreekt over 'het helse karakter van het huwelijk' en 'het huwelijk als een intrinsiek tragische relatievorm'. Tja, dat zal menig jong bruidspaar niet verteld zijn. Om met alle valse romantiek voor eens en altijd af te rekenen: voor familierelaties is het allemaal niet veel beter.